HomeAan wie de schuld?Pagina 34

JPEG (Deze pagina), 1.17 MB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 59.23 MB

. , l
< . 28 l
‘ W ­ W diging dat het de Oostenrijksche regeerders belet heeft de {
··§ vreedzame oplossing, door Engeland aanbevolen, in overwe-
ging te nemen, gaat de schrijver nog verder. Dat men in
; Oostenrijk tot onderhandelingen bereid zou zijn geweest, ont- _
1 kent hij ten sterkste. ,,Zoo veelbelovend" als het in het stelsel
; van die beschuldiging heet, ,,moeten die onderhandelingen
_ helaas niet zijn geweest? De Oostenrijksche opvatting daar-
‘ omtrent heeft men kunnen lezen in het (officieuse) Weensche
"‘§§ïi ,,Fremdenblatt" van 25 September 1914. Daarin wordt naar
F aanleiding van het gewichtigste punt uit De Bunsen`s (den 1
? Engelschen gezant te Weenen) brief, dat Oostenrijk bereid zou ­
l zijn geweest meer dan een punt van zijn Nota aan Servië
i . minder scherp te formuleeren, 0.a. het volgende gezegd: ,,Naar
j ons van welingelichte zijde wordt medegedeeld, is deze bewe-
, ring in strijd met de feiten; met het oog op het karakter van V
Alf den door onze regeering te Belgrado gedanen stap, zou dit
, VE volstrekt ondenkbaar zijn geweest." Deze ontkenning, voor ons
l { slechts van belang zoover zij het besluit van Oostenrijk en ‘~?
.§;?§fflg §;< , Duitschland om geen bemiddeling over het eigenlijke strijdpunt 1
K . te aanväarden, helptdvïststeïllen, betrcàf (eer; verklaring val; den
lggmgg f genoem en gezan a vo gens me e ee ing van zijn ussi-
· schen ambtgenoot te Weenen, ,,Oostenrijk bereid was die pun-
MV Q ten van de Nota aan Servië, welke niet schenen te strooken f
met de onafhankelijke positie van Servië, aan bemiddeling te
onderwerpen? Wij gelooven met den pleiter voor den Twee-
V bond, dat werkelijk van de bereidwilligheid van Oostenrijk op
, 'fgf dit stuk niets te verwachten is geweest. Doch juist daarom be-
hoeft het niet te verwonderen, dat direkt na 23 juli de mogend­ _
l heden, die haastig met voorstellen tot bemiddeling voor den
i dag kwamen, tegelijkertijd met de groote waarschijnlijkheid van
1 ME. oorlog rekening hielden.
4, Wij hebben thans na te gaan hoe die voorstellen op den `
1 tegenstand van Weenen en Berlijn mislukten.
De Engelsche minister van Buitenlandsche Zaken, de
g§Y_#`fï heer Grey, nam bij de poging tot diplomatieke onderhan- "
if? deling de leiding. Een dag na de afzending van het Oosten-
yèfjil rijksche ultimatum deelde de Minister zijn bezorgdheid over
den internationalen toestand aan den Britschen vertegenwoor-
diger te Weenen telegrafisch mede. Het stuk scheen hem eischen
te bevatten met de handhaving van Servië’s zelfstandigheid
onvereenigbaar. in dien geest had de Minister met den Oosten-
i
i
‘ "»l il.!
'¤,ï2i‘s1 _ 1 1*1