HomeAan wie de schuld?Pagina 27

JPEG (Deze pagina), 1.06 MB

TIFF (Deze pagina), 7.95 MB

PDF (Volledig document), 59.23 MB

21
bondgenoot kunnen uitmaken waarop wij konden rekenen, en
_. dit moeten wij kunnen doen wegens de steeds dreigender
houding van onze Oostelijke en Westelijke buurlieden. Wij
v hebben daarom aan Oostenrijk de volkomen vrije hand gelaten
E ofschoon wij geen deel hadden in de voorbereiding van zijn
, · optreden".
Heerschzucht, gezafigswaan en vrees om voor zwak te worden
l gehouden, de bezorgdheid voor de waardigheid van den .
Staat, dreven, zooals men ziet, de Duitsche regeering voort op
» den weg waarvan zij zeer goed wist hoe hij liep. Om uitbrei-
' , ding van gebied, had het Oostenrijksche ministerie van Buiten-
, ‘ landsche Zaken nadrukkelijk verzekerd, was het niet te doen.
juist daarom kon Duitschland den bondgenoot ter zijde staan
zonder in verdenking te komen van ordinaire bedoelingen. Over
_ stoffelijke aangelegenheden, over ekonomische belangen laat
zich redeneeren en onderhandelen. Hier stond het speciale be-
lang, het klasse-prestige, van de zoowel in Oostenrijk als
Duitschland regeerende partij op het spel. Hier moest en zou
onmiddellijk worden toegeslagen. Dat men de werkelijke kwestie
‘ . poogt te verbergen onder de ontzaggelijk opgeblazen voorstel-
u ling van het Slavische gevaar - de positie van het Germaan-
j sche ras in Europa zou onhoudbaar worden! - bewijst alleen
dat de Duitsche regeerders naderhand geene moeite hebben
ontzien om hun gedragslijn te rechtvaardigen. Het staat even-
wel ook in dit stuk duidelijk genoeg: de Oostenrijksche en
Duitsche machthebbers waren overeengekomen een eind te
` maken aan de opstandigheid in de Slavische wereld tegen de
‘` heerschappij van de Monarchie ­- en wee dengenen die dit
niet lijdelijk zouden willen aanzien.
. Zijnerzijds heeft Keizer Wilhelm aan de opvatting van
de regeeringskringen in zijn korrespondentie met den Tsaar uit-
drukking gegeven.
j ,,De gewetenlooze agitatie, seinde de Keizer op 28 _Iuli,waar-
aan Servië zich sedert jaren schuldig maakt, heeft geleid tot
een weerzinwekkende misdaad, waarvan aartshertog Frans Fer-
dinand het slachtoffer geworden is. De geest die Servië’s
eigen koning liet vermoorden, heerscht ook thans nog in dat
land. Ongetwijfeld zullen gij en ik, zoowel als alle andere
vorsten, een gemeenschappelijk belang er bij hebben dat al
degenen, die voor den afschuwelijken moord zedelijk verant-
woordelijk zijn, hun verdiende straf krijgen."
1
c lr