HomeAan wie de schuld?Pagina 23

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 7.95 MB

PDF (Volledig document), 59.23 MB

_ 17
afstand te doen, heeft de Servische regeering aan arbitrale
` uitspraak willen onderwerpen. Doch niets kon Oostenrijk
weerhouden van den aanslag dien het zich had voorgenomen,
· ook niet de overweging dat het zich ging werpen op een tegen- .
i stander die voor geen klein deel reeds had toegegeven. Enkele
_ oogenblikken na het ontvangen van dit antwoord, had, over-
j eenkomstig gegeven bevelen, het Oostenrijksche gezantschap
ä Belgrado verlaten;
De inhoud van het ultimatum wekte zooals men zich zal
" herinneren overal de grootste bezorgdheid - nog verergerd
. door de omstandigheid dat oogenblikkelijk, binnen 2 maal
24 uur, antwoord werd verlangd. Oostenrijk, zag men, was
. besloten Servië te verpletteren. Het zou geen inmenging
dulden, geen scheidsgerecht aanvaarden, zelfs geen onder-
handeling toelaten. Wie bij deze tijding niet onmiddellijk aan
een algemeenen oorlog geloofde, aarzelde enkel door de gruwe-
lijkheid van de verwachting -­- niet omdat ze onwaarschijn-
lijk was.
- · VI.
Toen het vaststond, op 25 juli, dat Oostenrijk en Duitschland '
den oorlog tegen Servië wilden, begonnen tegelijkertijd bij de
V Mogendheden de toebereidselen tot het voeren van den oorlog
. en de diplomatieke pogingen ten behoeve van den vrede.
· Het standpunt door Duitse/zlarzd ingenomen werd in zijn tele-
grammen van 23 en 28 juli door den Duitschen Rijkskanselier
V aan de diplomatieke vertegenwoordigers van Duitschland in het
buitenland en aan de Bondsregeeringen uiteengezet.
In het eerste, gericht aan de gezanten te Parijs, Londen en
Petersburg, en op den dag van den Oostenrijkschen dreigbrief
aan Servië verzonden, prijst de kanselier de grootelankmoedig-
heid en zelfbeheersching door de regeering te Weenen ten
‘ opzichte van Servië getoond. De geweldadigeinbezitneming van
de aangrenzende oud­Turksche provincies Bosnië en Herzoge- ‘
wina, benevens het dwarsboomen van de Servische belangen
bij de afrekening na den Balkanoorlog, zijn geen feiten waarmee
de officieele Duitsche voorstelling rekening meent te moeten
V houden. De moord op de aartshertogen bekroont volgens haar
slechts een reeks van wanbedrijven uit louter nijd en boosaardig-
3
l