HomeHet leerplan voor het gymnasiaal onderwijs, in verband beschouwd met het leerplan van verschillende, zoowel binnen- als buitenlaPagina 36

JPEG (Deze pagina), 785.79 KB

TIFF (Deze pagina), 7.23 MB

PDF (Volledig document), 50.98 MB

i *'
` 34
lgker voor verstand en hart beide werken moet. Wg willen niet
ontkennen dat het middelbaar onderwgs, op ondoordachte en j
weinig paedagogische wijze gegeven, in die richting werken
kan, doch men wgte dit niet aan den inhoud van dit onderwijs ' i
zelf, doch alleen aan hen die in hun methode falen en als
waarheid verkondigen, wat geenszins als uitgemaakte waarheid l
gelden mag. Een nadeel van niet minder ingrgpenden aard
·s zoude het zgn, indien als godsdienst door een leeraar aan °
zulk een school verkondigd werd, een leer, die het edele en
goede in het jeugdig gemoed, zoo vatbaar voor alle goede-, ;·
l maar ook niet minder vatbaar voor alle verkeerde indrukken, l
[ verstikte; hier vooral is Zelotisme te vreezen. Herinneren wg
‘ ons dat VOLTAIRE, de kweekeling der Jezuïeten, van hen
V beweerd heeft dat zg den mensch tot een godloochenaar maakten.
Vanneer wg alzoo in ons aangegeven leerplan, geen onderwgs
in den godsdienst opnemen, dan laten wg dit niet na, omdat
wg het voor de toekomstige academieburgers onnoodig achten, g
doch veeleer uit beginsel; omdat op de school, waar de weten- ë
schap moet geleerd worden, de wetenschap van den godsdienst t
nog te weinig als vaststaande moet beschouwd worden, om deze
reeds aan de jeugd te kunnen onderwgzen. Zoo lang de the- l
ologanten het nog zoo oneens zijn over de, beginselen der
godsdienstwetenschap, is het zelfs gevaarlgk op een school
voor hooger onderwgs aan jeugdige leerlingen, zooveel verschil- (
lende meeningen als thans zich doen gelden, te onderwgzen; zg
ï zouden slechts verwarde denkbeelden verkrg gen , welke hun geen
klaarheid in dien chaos van meeningen of geloofsovertuigingen
vermogen te geven, en een eerbiediging van ieders overtuiging
ware daar onmogelijk. ’
De vorming van het jeugdig gemoed behoort in dit opzicht
aan de ouders of verzorgers, die een keuze moeten doen in ,9
welke richting zg de godsdienstige meeningen zullen leiden
V lr of indien zg zich daartoe onbevoegd achten, is het hun taak
lj don godsdienstleeraar te kiezen, wien zg daarvoor hun ver-
`et
N, irr, nu te r r r i i 4 _, *3 M