HomeHet leerplan voor het gymnasiaal onderwijs, in verband beschouwd met het leerplan van verschillende, zoowel binnen- als buitenlaPagina 22

JPEG (Deze pagina), 786.31 KB

TIFF (Deze pagina), 7.44 MB

PDF (Volledig document), 50.98 MB

" ~ ~ er . s. ..-., r~ ,e.`. raam., _ V
t
ë
20
ze slechts schijnbaar beoefent en bij het einde zijner studiën het ij
Grieksch zelfs nauwelijks spellen kan. Algemeen kent men in
het buitenland aan deze taal en hare letterkunde, ook niet
zulk een belangrijke plaats toe, als zij in het leerplan inneemt,
gelijk de bijgevoegde tabel dit kan aantoonen; wel schijnt het i
i dat op onze gymnasiën er meer waarde aan gehecht wordt, L
Y A doch het betrekkelijk groot aantal uren kan zijn verklaring ­
E vinden in den korteren studietijd, waardoor men gedrongen A
is er een zeker aantal uren aan te wüden, om aan de als «j
" noodig erkende eischen te voldoen, terwijl de tijd te kort is
E in verhouding meer uren aan het Latijn te besteden. Ook
j de Rector van het gymnasium alhier, wilde volgens zijne
,,Onparlementaire beschouwingen" eerst in het derde jaar met
‘ het onderwijs in het Grieksch beginnen en daaraan slechts de
i helft van den tüd wijden, dien hij voor het aanleeren van het
Latijn noodig achtte; de toekomstige genees- en natuurkundigen
wilde hij er zelfs geheel van vrijstellen. p
j Zou dit al in het belang zgn der studiën voor de laatsten jl
vereischt, de W'et op het Hooger Onderwijs laat dit nu niet
~ toe, daar zr] in Art. 7 voorschrijft, dat de splitsing van het
onderwijs eerst na het vüfde jaar mag geschieden en bij al
hetgeen aan het tot stand komen dezer Wet is voorafgegaan,
zal van een herziening wel vooreerst geen sprake kunnen zijn.
De beoefening van de gronden der Grieksche taal gedurende
één of twee jaren, moge voor hen wenschelijk zijn, al ware
dit alleen met het oog op de talrüke afleidingen der weten­ j
j schappelijke benamingen die bij hunne studiën voorkomen,
als grondslag waarop hun wetenschap gebouwd is, heeft de
Grieksche taal voor hen minder waarde. Bij de vaststelling
der Wetten op de Geneeskunde heeft men hiermede rekening
gehouden, en bij het Koninklijk Besluit van 8 Juli 1874 wordt A
l bepaald, dat Art. 3 dier Wet als volgt moet gelezen worden. ä
j ,,`Er zgn twee natuurkundige examens! Tot het eerste worden lï
alleen zij toegelaten, die aan een Commissie voor dit examen,
`
rrrr L Mn. r._, ,__.,____l_,,,_,_,H__,____ W ___¢____, _ p Ww `ahr M f g __ Qi mm