HomeHet leerplan voor het gymnasiaal onderwijs, in verband beschouwd met het leerplan van verschillende, zoowel binnen- als buitenlaPagina 19

JPEG (Deze pagina), 842.48 KB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 50.98 MB

:*4.
3 17 a
a W
beschouwd worden, dien men van het maatschappelijk verkeer Q
j uitsluit. Ook in de 166 eeuw, hoewel onder anderen vorm, was
, hetgeen men vroeger geleerd had, niet langer voldoende;toen 3
werd de studie der oude talen meer beoefend ten gevolge der g
beweging van de renaissance tegen de scholastieken. Aan die i" i
i beweging hebben wij in lateren tijd de schoonste letterkun­ `
dige voortbrengselen te danken, die nu nog de beschaving , ,
` ti helpen bevorderen. Scrmnnsrnnnn (Bacon) in de 16e, Rncrnn i l
en Conivnimn in de 17e, Scnrnnna en Gonri-rn in de 18e r
. eeuw, ontleenden er hunne edelste gedachten aan. In hen I .
j allen herleeft de geest der oudheid op letterkundig gebied. j
Bij een oppervlakkige beoordeeling zoude men kunnen vra-
gen, of de beoefening der oude talen wel zoo noodig is of
J zooveel nut aanbrengt, daar men ze niet aanleert ten einde ze
i te kunnen spreken, waartoe het Grieksch geheel ongeschikt l
i is en het Latijn sedert de vorige eeuw niet meer gebruikt
, wordt! Zoude het niet voldoende zijn de nieuwere schrijvers te I
kunnen lezen, die de grootsche gedachten der oudheid aan E
“ ons hebben overgeleverd, en dit zoowel op letterkundig­ als , Tl
i wijsgeerig gebied? Voor hen wien het slechts te doen is, om
de vruchten van den menschelijken geest te verzamelen en
daardoor te deelen in de algemeene beschaving, moge dit het 5/)
geval wezen, voor hen die zich zelfstandig ontwikkelen, den 1
ontwikkelingsgang der wetenschap nasporen willen, en in
eenig studievak later de wetenschap helpen opbouwen, is ,
V; het een behoefte de oude talen te beoefenen, om de noodige
gegevens aan de bronnen te kunnen verzamelen. Bovendien is die
ik beoefening een krachtig hulpmiddel tot ontwikkeling van den
p geest, want deze leert hierdoor opmerken, nadenken en oordeelen.
i De toekomstige geleerde die aan de universiteit tot zelfstandige
studie wordt opgeleid, behoort goede gronden gelegd te hebben ,
op welke het gebouw zijner kennis steunen kan. Men bedenke
J hierbij evenwel, dat slechts enkelen roeping zullen gevoelen
zich geheel aan de wetenschap te wijden, en de overgroote
, •)

l
á
. .- i W.- .. Ef,