HomeHet leerplan voor het gymnasiaal onderwijs, in verband beschouwd met het leerplan van verschillende, zoowel binnen- als buitenlaPagina 18

JPEG (Deze pagina), 820.27 KB

TIFF (Deze pagina), 7.43 MB

PDF (Volledig document), 50.98 MB

l

i 16 g
Pruisen, Oostenrijk, te Bern en te Kampen, eerst in de derde
_ klasse; dáár heeft men het verkieslijk geacht vooraf de gronden
j van het Latijn goed te doen aanleeren, alvorens met het 1
j zooveel moeilijker Grieksch te beginnen. In het keizerlijk
besluit van 1802, waarbij het leerplan der lycea in Frankrijk
werd vastgesteld, wordt geen melding gemaakt van het Grieksch, i
j W terwijl volgens JANET in de vorige eeuw bijna uitsluitend
? het Latijn als klassieke taal in Frankrijk geleerd werd. Van ` Pl
af het einde der zeventiende eeuw, was het Grieksch meer
° op den achtergrond geraakt, en eerst in den verderen loop dezer _
eeuw, heeft men zich weder op de beoefening der grieksche
taal- en letterkunde toegelegd; daarbij kwam toen de behan­
i deling der nieuwe geschiedenis, de beoefening der natuur-
‘ kundige wetenschappen en eindelijk ook die der levende talen.
I Als men nu het leerplan der verschillende gymnasiën verge­
lijkt met hetgeen in de 18e eeuw op dergelijke inrichtingen i
geleerd werd, dan zijn de leervakken minstens verdubbeld. ,
j Men moet die uitbreiding van het onderwijs aan de gymnasiën
niet als willekeurig beschouwen, evenmin haar toeschrijven aan A
hetgeen men wel eens noemt den geest des tijds, die somtijds
zijn palladium meent gevonden te hebben in het veel weten,
en daarbij vergeet dat de vorming van het karakter voor het
leven van niet minder belang is; die uitbreiding is een behoefte l
geworden van de beschaafde maatschappij, in welke wij leven
en ons bewegen moeten. De grootere gemeenschap der volken,
de snelle verbreiding van kunsten en wetenschappen en de V,
§ vlucht die de industrie genomen heeft, nopen ieder, die geen
j vreemdeling wil blijven in de wetenschap welke hij beoefent,
, of in de maatschappij in welke hij leeft, om door veelzijdige p
onwikkeling daarin zijn plaats in te nemen en te handhaven. Als
geleerde moge hij kunnen volstaan, met zich aan een speciaal j
‘ studievak te wijden , als beschaafd mensch moet hij de strooming {
i der gedachten van zijn tijd in zich kunnen opnemen, zal hij
niet als een zoogenaamd onpractisch man dof kamergeleerde
ii
l
A. . NM1,. c-.,..r,,. ,_._ ,.._ _x _,gg _ jgggg L gg g ,_.g g p _,___ pp p _ W j ml