HomeAdres aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, behelzende bedenkingen tegen het ontwerp van wet, tot regeling der schutterijenPagina 9

JPEG (Deze pagina), 636.78 KB

TIFF (Deze pagina), 6.33 MB

PDF (Volledig document), 8.12 MB

Y

I 11
,,1)e inschrijving geschiedt in volgorde van het jaar en
,,den dag hunner geboorte, te beginnen met den oudste."
Dan welligt waren de schutterijen op de meest voldoende
j wijze zamen te stellen. Zij zullen toch het voordeel aanbie-
T den, de gegoede stand, daarbij meer vertegenwoordigd zoude
zijn, hetgeen noodig is om officieren en onderoiïicieren te
bekomen, die bij eene doelmatige oefening, op eene waar-
W dige wijze, zich van hunne roeping kunnen kwijten. Die
sehutterijen zouden meer zekerheid kunnen geven, om in
iedere omstandigheid de rust in de gemeente te bewaren.
Ook wij hebben veel achting voor de liefde tot orde die heerscht
in iederen stand, doch vermeenen toch de meergegoeden,
11iet geheel mogen ontbreken bij de schutterijen, vooral
dan, wanneer zij, en geen ander gedeelte der schutterij,
»- uit gehuwden zamengesteld ­- belast zijn, de rust in de
gemeente te bewaren. Mede zullen die sehutterijen hetzelfde
militair element behouden, bedoeld in het ontwerp, daar
zeer zeker het gedeelte, dat niet bijde militie in dienst
is geweest, niet volkomen kan aangewezen worden uit
schutterpligtigen hierboven genoemd onder Sub. 1.
De Commissie der schutterij, zal het meest bevoegde
e collegie zijn, om naar den burgerlijken toestand der schut-
terpligtigen onderzoek te doen. Ook zal het beroep op
j Gedeputeerde Staten aan hare uitspraak verbonden zijn.
j Art. 52.
l Het zij mij vergund Uwe Vergadering te mogen doen
i opmerken, dat wij niet de eenige zijn, die vermeenen,
i dat de schutterijen mocijelijk zullen zijn te organiseren `
i naar de bepalingen van het ontwerp. Onder anderen deelt
het tijdschrift, de Militaire Spectator, onze meening, blij-
kons pag. 123. N". 2 van dezen jaargang.