HomeStatuten en andere stukken betreffende de Maatschappij tot zoutwinning op het eiland St. MartinPagina 17

JPEG (Deze pagina), 916.56 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 77.93 MB

­­ 14. »­­ g
l
hetwelk almede aan de minute dezer acte is gehecht (1), voor den tijd van tachtig `
jaren , te rekenen van den dag der bekrachtiging, door den Gouverneur van ,
Curaçao, van het hierna te melden plan, het regt heeft verkregen om in het
nog niet in concessie afgestane gedeelte van het zoutmeer, gelegen achter de
stad Philipsburg, in het Nederlandsch gedeelte van St. Martin, ten zünen
voordeele aan te leggen zoodanige werken als zullen worden bepaald bij een
later vast te stellen plan, waarvan sprake is in artikel 3, § 1;
Dat hem, al verder, naar de aanwijzing van de plaatselüke overheid, zijn
toegestaan eene zoodanige uitgestrektheid grond , bü of langs de oevers van dat
meer, als hij , ter verwezenlijking van zijne onderneming, noodig mogt hebben; A
Dat dit regt hem verleend is onder de navolgende voorwaarden: j
a. De regten, aan de concessionnarissen der andere gedeelten van genoemd
meer verleend, zullen ongeschonden blüven, en bü het verstrüken van den
termün hunner concessiën, zullen de tegenwoordige concessionnarissen den
voorrang boven alle anderen hebben, om de exploitatie dier oppervlakten
voort te zetten, welke hun vroeger zün toegestaan.
De comparant, de Heer Pnnmnon, of zijne regtverkrügenden, zün verpligt
om, ten behoeve der andere concessionnarissen, tusschen den ringdijk zijner
concessie en den oever van het zoutmeer, eenen toegang voor het zeewater,
en de gelegenheid tot vervoer van het zout naar de plaatsen van opslag
open te laten.
b. 1°. De comparant, de Heer PERRINON, zal, naar een ten zünen koste
op te maken plan, dat onderworpen zal worden aan de bekrachtiging van
den Gouverneur van Curaçao en onderhoorigheden, op de hem geconce-
deerde oppervlakte, een etablissement tot zoutwinning oprigten, zoo veel
mogelijk overeenkomstig de zoutwerken in het Zuiden van Frankrijk.
2°. De werken, tot uitvoering van dat plan, zullen binnen den tüd van acht
jaren, te rekenen van den dag züner bekrachtiging, voltooid moeten zijn,
op verbeurte der concessie, ten zü buitengewone omstandigheden, onafhan-
kelük van den wil van den concessionnaris, en ter beoordeeling van de Re-
gering, de uitvoering van het plan mogten verhinderd hebben.
3**. Te rekenen van den termün, bij de vorige paragraaf tot voltooijing
van de werken bepaald, wordt door den concessionnaris aan de Nederland-
sche Regering gewaarborgd de heffing van een regt van vüf centen Neder-
landsch geld per vat, over eene productie van ten minste honderd duizend
l vaten zout, ten zij buitengewone omstandigheden , ter beoordeeling van de
Regering, hem hierin mogten verhinderen.
Ingeval het regt van vüf centen per vat zout, hetwelk thans, volgens publi·
eatie van den Gouverneur van Curaçao en onderhoorigheden, van den 1,,Junü
1849, n°. 229, geheven wordt, eene wijziging mogt ondergaan, zal de waar-
borg van den concessionnaris op gelijken voet gewijzigd worden.
4°. De concessionnaris zal, ten behoeve der ingezetenen van het Neder-
(1) Hetzelfde heeft plaats gehad voor de Nederlandsche concessie.
t
,j;