HomeStatuten en andere stukken betreffende de Maatschappij tot zoutwinning op het eiland St. MartinPagina 15

JPEG (Deze pagina), 861.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 77.93 MB

i
·­ 12 N
De Heer TABOUILLOT, Inspecteur van den Ooster-Spoorweg.
De Heer 1·IENn1 Fmfzoor, Ingenieur der bruggen en wegen. 2
De Heer nn llïanmu, Oud·Officier van den Generalen Stafl
De Heer Fenix nu SAINT Annntnu, voormalig Notaris.
De Heer PAUL Launnutr Emma Buinen , Boekdrukker te Parijs.
De Heer Ancien Bmisan , Koopman te Parüs.
Compareerden wüders nog voor mü, Notaris, in tegenwoordigheid der na
te noemen aan mij bekende getuigen:
De Heer Bnnunun Pas, Commissionnair in assurantiën, wonende te Am-
sterdam op de Keizersgracht, bg de Spiegelstraat, numero 681;
En de Heer Emas Lnonann Trnnnnrus Kaorrnorr, Rentenier, thans nog
te Bussum woonachtig. Q
E
En gaven de eomparanten te kennen: ,
Dat de eerste cornparant, gezamenlijk met de andere aandeelhouders der
Vennootschap, waarvan hij Bestuurder is, voor negen en negentig jaren, ·
te rekenen van den 7 Mei 1842, in eigendom heeft de concessie tot de j
exploitatie van de twee zontmceren, genaamd la Gmnde Case en Bretagne, ,
gelegen in het Franseh gedeelte van het eiland St. Martin, en wel overeen-
komstig het decreet van Züne Majesteit den Keizer der Fransehen , van den
13 Augustus 1856, aan de tegenwoordige minute gehecht; l
Dat de voorwaarden van die concessie zün de volgende: (1) I
1°. De concessionnarissen, alvorens in het genot van de concessie te treden,
moeten bewüzen de regten te hebben verkregen van den heer MERY D’ARoY, i
titularis der concessie, zoo als blijkt uit het Kolonianl Decreet van 7 Mei 1842.
2". De coucessionnarissen zullen aan de koloniale kas jaarlüks eene uitkee­
ring doen van ééne centime van ieder vat (hectoliter) te verzamelen zout, zonder .
dat uogtans, zelfs ingeval er geenerlei opbrengst van zout had plaats gehad,
die uitkeering voor minder dan 87,000 vaten zal kunnen geschieden; met dien
verstande, dat eene jaarlijksche uitkeering van ten minste 870 franken
(Z 412 gulden 32 centen) door de concessionnarissen aan de koloniale kas
wordt gewaarborgd.
3". Bij het verstrijken van den termün van het octrooi, zullen zonder
vergoeding aan de kolonie in eigendom overgaan alle aanwezige middelen van
, exploitatie, alle bestaande werken en andere voorwerpen, in het belang der
i onderneming opgerigt en aangeschaft;
Dat de concessionnarissen, na de eerstgemelde voorwaarde te hebben ver-
vuld, de exploitatie der voornoemde zoutmeeren hebben aangevangen , een groot
gedeelte der daartoe vereischte werken aangelegd, en het meerendeel der werk-
tuigen gesteld hebben , welke het uitoefenen van hunne industrie medebrengt;
Dat de eerste eomparant, de Heer Puamuon, vervolgens, bü besluit van
Züne Majesteit den Koning der Nederlanden, van den 21 Junü 1858, n°. 12,
(1) Men heeft hier den tekst zelven der Fransche concessie vertaald.

\. je