HomeStatuten en andere stukken betreffende de Maatschappij tot zoutwinning op het eiland St. MartinPagina 11

JPEG (Deze pagina), 611.29 KB

TIFF (Deze pagina), 7.12 MB

PDF (Volledig document), 77.93 MB

rr,r_ , gl;
l
. ­ 8 ~­
De doorbraak is echter aanvankelük hersteld en een onderzoek daarge-
, steld naar de geschiktste middelen, om de pan ten spoedigste van het
i overtollige water te ontlasten en weder productief te maken, en wijders om
p het oogsten van zout, waarbij de ingezetenen zulk een groot belang hebben,
i op eene duurzame wüze te verzekeren.
l 1851.
De pan in 1851 onvruchtbaar geweest ziinde, heeft de afzet van hetgeen
van den voorgaanden oogst in 1851 nog voorhanden was, de scheepvaart
kunnen voorzien.
De gemiddelde prüs is in 1851 geweest 80 cents per vat (off 6.40 per ,
ton), vrij aan boord. ll
1854­
De zoutpannen op St. Martin leverden door de overstroomingen in 1853 ~
en 1854 een zeer ongunstigen oogst op: verkocht werden 58,790 vaten, ‘
te zamen voor f 58,790 (of f 1 het vat en f 8 de ton). l
, mso. l
Geen oogst in het groote zoutmeer. l
De particuliere concessien hebben in ditjaar ongeveer 27,000 vaten zout j
of 3355 tonnen opgebragt , verkocht tot den prüs van f 1,20 per vat van 3
schepels, hetgeen waarschünlijk is toe te schrüven aan de minder goede
hoedanigheid (1).
(Nora Braun.) De gemiddelde prüs van het zout, die, volgens de officiele
Nederlandsche bescheiden, slechts over de drie jaren 1851, 54 en 56 is
kunnen worden opgemaakt, bedraagt 1 gulden het vat, of 8 gulden de ton,
zünde 16,88 in franken. In de voorafgaande inlichtingen heeft men den prgs
van de ion zout slechts op 14 franken, <y‘ in ronde cgïers 7 gulden Ned., gesteld.
(1) Zonder welke omstandigheid de prüs voorzeker datjaar veel hooger zoude geweest zijn.
E
t
,_ `