HomeHet vrijverklaren bij de geboorte der slavenkinderen als middel ter afschaffing van de slavernij in de Ned. West-Indische koloniPagina 11

JPEG (Deze pagina), 707.48 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 20.47 MB

$3 A
Het systeem van den toemnaligen Minister van Kolo-
nien, scheen mede te brengen niet te gedoogen dat een
koloniale Gouverneur iets ondernam van zich zelf: alles
moest van den Minister uitgaan. Maar dat ongelukkig
begrip werkte vooral ter dezer zake de ontwikkeling van
, Smivmme zeer tegen; meer bepaald echter werd daardoor
j het tijdstip verdaagd waarop de in Swizzcmze aanwezige
slaven zouden kunnen vrij gegeven worden, zonder die
overschoone kolonie daarmede te vernielen.
De zoo noodlottige schorsing van den ingestelden ar-
` beid der vrijen, werd opgevolgd door eene ter zake ge-
voerde briefwisseling, welke na een jaar geduurd te heb-
· ben, werd besloten door eene aanschrijving van den Mi-
A nister van Kolonien van den lébden December 18447,
, waarvan het eerste punt van beschikking luidde: ro. rr Dat
_ rr bij de gegevene bevelen omtrent het staken van het
rr kanaal van Kwaám wordt volhard. rz Wïordende aan het
‘ slot dier eindbeschikking den Gouverneur te verstaan
gegeven dat de Minister zich had voorbehouden, om:
rr bij een afzonderlijk rapport aan de beslissing van Zijne
rr Majesteit de vraag te onderwerpen of en hoedanig het
rz lofwaardig oogmerk, om de vrije bevolking aan den veld-
zz arbeid te gewennen, op eene regelmatige wijze zal kun-
zz nen worden bevorderd zz 1).
Doch de alzoo als aanstaande aangekondigde boodschap
is te Swirzzme nimmer komen opdagen.
Uit het standpunt van den volksvertegenwoordiger is
deze volkomen geregtigd zich afkeurenderwijs over eene
daad door eenen Minister gepleegd uit te laten. Zie hier
wat de Heer van Gonrsrniiv, als lid (thans Voorzitter) der
Tweede Kamer van de Staten-Generaal, omtrent de onderwer-
pelijke aangelegenheid op den étden September 1846 zeide:
zz Een derde punt betreft dezelfde kolonie (Smivmme).
zr De bewindvoerder aldaar heeft eene onderneming aan-
1) VAN RADERS, Illcmurie aan dan Koning, vervolg dor Bijlagen,
bl. 50 cn 51.
.i