HomeHet vrijverklaren bij de geboorte der slavenkinderen als middel ter afschaffing van de slavernij in de Ned. West-Indische koloniPagina 10

JPEG (Deze pagina), 716.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 20.47 MB

8
vroeger beschouwd als te zijn lui en trotsch, maar die
wegens hare leidzaainheid ten goede, door mij niet ge-
noeg kan worden geprezen, te hebben bewogen om eene
vaart in de verlenging van de Steenbakkersgracht te
Pamzz2a¢·ib0 te willen graven.
Doch het vooroordeel aan elke slaven-kolonie eigen: l
zz velclazbeirl is áczf werk dez slaven zz, werkte in Szwizzame j
zoo bijzonder sterk, dat ik mij, ter bemoediging van het eerste
zestal dat zich schoorvoetend had komen aanmelden om te
delven, genoopt zag, ten hunne aanschouwe eigenhandig
met het zoo geminachte zz slavenwerktuig zz, de spade namelijk , `
gedurende eenigen tijd ter aangewezen plaats , te delven.
Dit voorbeeld door den Gouverneur gegeven vond in- ·
gang; nu werd het vroeger verachtte werktuig ook door i
die eerst aangekomen aangegrepen en in den grond ge- ,
stoken. Dat gebeurde den 18den Augustus 1846. Van _
dien dag af vermeerderde telkens het aantal dergenen die
zich ’s morgens vroeg aanmeldden om deel te willen nemen ‘
aan den begonnen arbeid.
De overwinning op het volksvooroordeel, alsof veldar-
bcid den vrijen mensch zou vernederen, was toen in zoo
verre behaald. Doch men oordeelde dat die zege nu nog
verder zonder tusschenpoozing krachtdadig moest worden
vervolgd; zoo luidde het eenstemmig advies van den Ko-
lonialen Raad. Dienvolgcns werd door mij besloten de
eens begonnen kanaalgraving voort te zetten in afwach-
ting der van den Minister van Kolonien te verwerven goed-
keuring, die dan ook onmiddelijk werd gevraagd onder dui-
delijke omschrijving van het door mij beoogde belangrijk
doel: de vrije bevolking aan den landarbeid te gewennen.
Doch, gelijk van algemeene bekendheid is, de Minister
keurde het door den Gouverneur ter goeder ure ingestelde
werk af; de arbeid aan het kanaal moest op staanden voet
worden gestaakt, hetgeen geschiedde op den laatsten dag
van het jaar lSéh6. Toen waren er gedurende bijna vier
maanden, dagelijks 200 mannen, 60 vrouwen, 22 jongens
en 6 meisjes, allen van den vrijen stand, aan de be-
doelde kanaalgraving werkzaam geweest.