HomeAan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Mijne Heeren, den 4. December l.l. heb ik mij tot uwe vergadering gewend om u bescheidePagina 13

JPEG (Deze pagina), 745.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.74 MB

PDF (Volledig document), 10.90 MB

l
$
t
15
nogmaals dat in de Strafregisters en mitsdien in de ex-
tracten zal worden vermeld de plaats waarheen en de
tijd waarvoor verbanning van slaven zal hebben plaats ge-
had; terwül ik voortaan het ontbreken van een of ander als
eene strafbare onmtauzvlceuriglzeicl in het extract zal aan-
merken. Ten aanzien van verbanningen die vroeger plaats
vonden, zonder dat mü van tüdsbepaling gebleken is, zal
ik achtervolgens na het verstrüken van een termün van zes
i maanden, onderzoek doen of de verbannen slaaf naar zijne
plantaadje is teruggekeerd.
Maar daarenboven is mg gebleken dat sommige eigenaren
h of administrateuren de straf van verbanning laten vergezeld
gaan van die van opsluiting des nachts. Het komt mij voor
2 aan twijfel onderhevig te zün of de cumulatie dezer twee
straffen wel heeft gelegen in de bedoeling des Wetgevers.
J Zooveel is echter boven allen twüfel verheven en volkomen
zeker, dat de straf van opsluiting alleen des nachts of ge-
t durende dag en nacht, volgens art. 29 § b in verband met
t art. 28, hoogstens voor den tgd van vier weken mag wor-
A den opgelegd; waaruit noodwendig volgt dat, zoo al de
l verzwaring der straf van verbanning door de opsluiting des
nachts als geoorloofd mag aangemerkt worden, deze ver-
zwaring niet langer dan hoogstens vier weken mag aanhou-
den. Opsluiting van bannelingen gedurende langer dan vier
weken zal mitsdien door mg worden aangemerkt als over-
schrüding van regtsmagt, even zoowel als verbanning ge-
durende langeren tijd dan zes maanden.
Een ander punt waarop ik ook reeds vroeger de aandacht
vestigde, betreft de dusgenaamde vaderlüke tuchtoverjeug­
dige slaven beneden de M - slavinnen beneden de”l6 jaren
oud. Het schünt dat sommigen daarvoor houden een minder
aantal zweepslagen dan tien, hetgeen evenwel is hetgeen de
wet uitdrukkelijk verbiedt in art. 28 alinea 2 van het aan-
gehaald Reglement. Anderen schijnen te meenen dat ter uit-