HomeBijdrage ter aanwijzing van de grondslagen, waarop de afschaffing der slavernij in Suriname dient gevestigd te wordenPagina 16

JPEG (Deze pagina), 745.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.52 MB

PDF (Volledig document), 32.84 MB

·% ïYï=ïT‘#¥·f4¤ï`"’"’*T­ ï< #:··1=ï vvaere=zw¤¤¤«­·:·­­­«»·«;=•ya­i ­,,w.,..,., `.,..,,,..-` . 0 _ V V _
( M ) i
namelijk van Portugezen en coelies in 1854 en 1855, i
de uitvoer bedroeg 56,000 vaten suiker en 50,000 i
punch rhum; de koftij en katoen hadden echter toen
voor goed opgehouden artikelen van uitvoer te zijn,
en zullen dit voor eerst wel blijven , daar de cultivatie j
daarvan eens verzuimd zijnde, niet zoo spoedig te her-
stellen is , als die van het suikerriet, en ook als meer V
wisselvallig en meer zorg en handenarbeid vereischende , ·
met hooge werkloonen geene voordeelen kan aliwerpen.
i Deze weder­opvoering van het hoofdproduct door den 1
l vermeerderden arbeid op de nog i11 staat geblevene i
plantages, en de weder toenemende welvaart der kolo-
niën, dien ten gevolge, werd echter niet zonder belang-
" rijke opotleringen, zoo van bijzondere personen als van
i de algemeene middelen verkregen , en de leeningeu ter _
i · bestrijding der kosten van immigratie, alhoewel onder
waarborg van het Parlement, op zeer voordeelige ter-
l men tegen 4 pet. verkregen , zullen, benevens de nog
steeds voortgaande uitgaven, vóór en ten gevolge van ï
immigratie nog gedurende vele jaren het budget der
kolonie met de som van zes tot vijf maal honderd dui-
zend guldens blijven bezwaren, voor zij zijn afgelost.
Het maken dezer schuld was echter onvermijdelijk, .
i de invoer van immigranten eene levensvraag voor de
< kolonie geworden, daar slechts een derde der oude "
bevolking, zich nog met eenige regelmatigheid aan de Z
plantage­werkzaamheden verbonden hield, en dat nog
l onder de afpersing van loonen , veel te hoog om op den
i duur volgehouden te kunnen worden; veel was reeds
l onherstelbaar verloren, en om de nog in werking zijnde
_ plantages der verarmde eigenaren, niet allen te zien
l verlaten, moest men tot dat uiterste overgaan_, en was
de leening, hoezeer eenen zwaren last voor de toe-
l
lj j