HomeRedevoering van generaal Botha, gehouden te Bank op 28 September 1914Pagina 7

JPEG (Deze pagina), 705.79 KB

TIFF (Deze pagina), 6.00 MB

PDF (Volledig document), 10.59 MB

5
ï ontrouw en verraad. Er was geen derde. Wie volhield dat
er wel een was, zocht hen te misleiden. En welken weg ver-
langden nu zijn hoorders te kiezen? Hij verwachtte een
antwoord op den man af. (Luide kreten van ,,Wij willen
t trouw zijn, ge hebt goed gehandeld?)
Bij het uitbreken van den oorlog, ging de Generaal
voort, had hij de Keizerlijke Regeering de diensten der
Keizerlijke troepen in Zuid-Afrika aangeboden en haar ver-
zekerd dat Zuid-Afrika klaar stond om zich zelf te verdedi-
gen. Dat aanbod werd dankbaar aanvaard. Eenigen tijd
later gaf de Keizerlijke Regeering te kennen dat er zekere
punten van hoog strategisch belang in Duitsch Zuicl-West-
Afrika waren, wier bezetting door de Unie-Regeering van
groote beteekenis zou zijn voor het Keizerrijk. ,,VVat kon-
den wij doen?" vroeg Generaal Botha. (Een stem: ,,Ge hebt
goed gedaan”). Er waren er die zeiden dat de Regeering het _
volk had moeten raadplegen, maar wat had men aan een
Regeering die nooit bereid was verantwoordelijkheid op
` zich te nemen en steeds trachtte die verantwoordelijkheid
van zich af te schuiven? De Regeering was er toch immers
om leiding te geven! (Toejuichingen). Menschen die zich
altijd van hun verplichtingen afmaakten waren menschen
zonder de minste beteekenis. Hij was trotsch op de ge-
schiedenis van dit land dat altijd getoond had dat zijn volk
verantwoordelijkheid op zich durfde nemen Een ding was
A zeker: De smet van verraad had nooit het volk van Zuid-
Afrika bezoedeld. ln het verleden had het volk van Zuid-
Afrika tot de Britsche Regeering gezegd: ,,Vertrouw ons
A en wij zullen ons dat vertrouwen waardig toonen." Zouden
zij nu, de eerste maal dat van hen gevraagd werd die trouw
te bewijzen, de eerste maal dat zij stonden tegenover
ernstige moeilijkheden., zouden zij nu terugdeinzen? Dat
ware toch niet iets voor het volk van dit land met zijn groot
verleden! Thans hadden zij aan de Britsche Regeering, die
het oog op hen gevestigd hield, het bewijs te leveren dat zij
dubbel en dwars het vertrouwen verdienden dat in hen ge-
l