HomeRedevoering van generaal Botha, gehouden te Bank op 28 September 1914Pagina 5

JPEG (Deze pagina), 705.86 KB

TIFF (Deze pagina), 6.07 MB

PDF (Volledig document), 10.59 MB

j 3
i het behoud van den vrede. De keizer had hetin zijn hand ge-
" had om dezen oorlog te beletten, verklaarde hij met nadruk.
i NEUTRALITEIT ONZIN.
a
j Hij kon het land de verzekering geven dat de Britsche
Regeering zich, evenals andere landen, tot het uiterste be-
i ijverd had om buiten den oorlog te blijven (toejuichingen),
maar toen het er op aankwam heilige verdragen gestand te
doen, was het Engelands eer te na zich afzijdig te houden
(toejuichingen). Er waren menschen die beweerden dat
Zuid-Afrika neutraal moest blijven. Hij was niet een rechts-
geleerde en maar een eenvoudige boer die zijn gezond ver-
stand gebruikte en zijn volk eerlijk en naar waarheid zocht
voor te gaan naar zijn beste weten. En zijn gezond verstand
i zei hem dat al dat gepraat overneutraliteit de grootste onzin
was dien hij ooit had gehoord. (Toejuichingen). Toen een
paar jaar geleden de uitgever van de ,,Volksstem" de leer
der neutraliteit verkondigd had, was hij (Generaal Botha)
voor zijn kiezers van zijn afkeuring dier zienswijze komen
getuigen. Die onzijdigheid voor Zuid-Afrika zou onmoge-
lijk zijn, verklaarde hij. Indien een Duitsch schip te Durban
verscheen en een oorlogsschatting van vijf millioen aan de
inwoners oplegde, zou het hun weinig geven of ze al zei-
den: ,,l/[aar we zijn toch neutraal"! (Toejuichingen). Men-
l schen die van neutraliteit praatten misleidden de bevolking
van Zuid­Afrika tegen beter weten in. Als Zuid­Afrikaan-
sche uitvoerproducten over zee werden verzonden en het
A · schip dat er mee bevracht was door Duitschers genomen
Q werd, zouden dezen dan zeggen: ,,O, Zuid-Afrika is neu-
traal"? (Gelach). En wat de handhaving der neutraliteit be-
trof had Duitschland zelf soms de neutraliteit van België
gehandhaafd, die het bij een heilig verdrag had bezworen?
(Toejuichingen). De zaak was, kort en goed, merkte Gene-
raal Botha op onder een geweldige losbarsting van toejui-
chingen, dat de Keizer verlangde bij het nageslacht als een