HomeNog eens de erfeniskwestie Pieter Teyler van der HulstPagina 22

JPEG (Deze pagina), 576.53 KB

TIFF (Deze pagina), 5.92 MB

PDF (Volledig document), 19.62 MB

s
r
-­ is ­
lj `“
Dit is on_juist, want van dit testalnent - zooals het
berust in de bewaarplaats, heeft niemand een afschrift, wèl
ram <lo grosso.
ji Biiz. 23.
lVollc roclil lromloa (lo Cllfgüllftlllülb van Pieter Teylor rcwi dor
D Hulst op zyn, ’llCLl(tlGll·SCllLl1) aleen, golden, dat hy`, Pieter Toylor
hier mol f _l()(l.()()() wilclo afkeepozi? y
Deze vraag is gemakkelijk te beantwoorden. De zaak is J
aldus: Emsinmru maakt tot erfgenamen ieder voor de helft
haa1· broer Pll·1'l‘l·ll% en haar zusters zoon Piirrnn Ticrmca
van maa Hunsr.
k PllG'l‘l·lR van oma lleusr benoemt tot erfgename (behoudens
j legaten) zijne zuster Ex.1s,x1am·ru.
Nu sterft eerst El.lS,l¥l«)'l‘[I, daarna li)ll·lTEl{.
ElilS.Bl·lTll kon dus niet meer krachtens het testament
van l’1m·r1ca erven, en toch heeft iPlE'l‘l·)R Ticrmca van men
l[u1.s·r alles gekregen.
Dit blijkt duidelijk uit de vonnissen van 178~t en 1786.
Vandaar vrees dat zijn testament zou worden betwist.
De nalatenschap van LJIETER (waaronder ook behoorde
de halve nalatenschap van E1.1s.x1a1rr11) verviel aan de
ab inleslalo erfgenamen. nl
Vas I’11«:r1ca Tnr1,1·Ja van maa Heiisrr dit alleen? Dit
blijft een punt van nader onderzoek.
9%% .X.
WVat in de brochure (blz. 20) staat over de toekenning
door den burgelijken rechter, en de daarbü behoorende noot g
aan den voet dier bladzijde, is één stuk 0I1Zln 1).
1) Niets is meer waar dan deze bewering. Bestuurderen van ,,011.9
l Belang" maken slechts veronderstellingen, welke in hun oog kunnen
leiden tot het beoogde doel.
().
x
l
l