HomeNog eens de erfeniskwestie Pieter Teyler van der HulstPagina 13

JPEG (Deze pagina), 622.80 KB

TIFF (Deze pagina), 5.87 MB

PDF (Volledig document), 19.62 MB

?
I
I
l 1- 9 ii
I
j bezitten moet, om zulk eene mededeeling openlgk te durven
I verkondigen.
Dat deze heer echter niet opziet tegen ,,een klein jok-
kent_je" blgkt meermalen. Nu kan ik zeer veel toegeven
en mg het lastige geval van den heer IBALJET indenken,
l maar zoo nu en dan maakt hg het wel wat erg. Ik wil het
E dan ook niet beschouwen als te zgn gedaan met opzet,
maar meer ten gevolge van een vroolgk ondeugend opwel-
; linkje. Niet waar, groote menschen zgn ook wel eens
I ,,ondeugend." Nu op zgn tgd mag dit wel eens, niemand
zal dit den heer BALJET euvel duiden.
V Zoo wordt er geschreven (blz. 2) dat nog door niemand,
welke adviezen in deze zaak heeft gegeven, eenige moeite
i is gedaan om licht te zoeken, daar waar het te krggen is,
n.l. bg het Bestuur der Tnv1.n1t-stichting.
Kende ik den heer Bnmnr niet beter, dan zou ik zeggen,
dat dit naar verdaehtmaking riekt, nu weet ik wel beter
en moet alleen zeggen, dat genoemde heer zich sterk vergist.
Door mg althans is wel degelgk een onderzoek in die
{ richting gedaan. Wel geef ik gaarne toe, dat de resul-
j taten van dien aard zgn, dat ze den heer Br1iJ1<l'D niet
l zullen verheugen. En bovendien hoop ik niet dat deze heer
I de stelling zal zgn toegedaan, dat 1nen niemand gelooven kan.
j Ik kan niet oordeelen over de juridische en historisch-
juridische kennis van den heer B.u..n«:r. Lees ik echter
j met aandacht zgn werkje door, dan is deze heer ,,geen kind"
I in deze materie.
Allereerst een zeer onaangename critiek op een vonnis
van de Haarlemsche Rechtbank, d.d. 10 Juni 1879, waarbij
I de heer B.u.Jnrr aangeeft hoe de overwegingen van het
T vonnis wel hadden moeten zgn.
j Nog verder gaat deze heer, als hg op een nooit te ver-
I
`