HomeEenige ervaringen opgedaan in de kolonie van Frederik van EedenPagina 8

JPEG (Deze pagina), 799.67 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 18.34 MB

r
. 6
men, den weg gevonden hebben naar de kolonie. Het kleinste
kind in Bussum weet zeer veel rare dingen te verhalen van
die ,,gekkentroep", zooals men in deze plaats en omstreken de
kolonie het liefst qualificeert, eene benaming, welke m.i. niet g
zeer voor de instelling pleit. Maar om nu niet af te gaan’op
de publieke opinie alleen, zullen wij het oor niet leenen aan
de lasterlijke praatjes van de ,,booze wereld" en zelf naar het
al of niet juiste van dit oordeel onderzoeken. L
Begeven we ons eerst naar het ,,kolonie­huis", het regee-
ringsgebouw, aan den Nieuw ’sGravelandschen weg gelegen
, We zijn er bijna.
gl Hadden we zooeven onze oogen meer bepaald naar de
rechterzijde van den weg gericht, wat we noode hadden kunnen l
l doen om het heerlijke landschap, dat zich naar beide zijden l
i vertoont, dan zouden we hier en daar, eigenaardig verscholen l
achter bruine heuveltjes en geurend dennenhout, kleine l
houten hutjes, van Oud-Hollandsche venstertjes voorzien,
hebben kunnen opmerken. _
’t Zijn enkele woninkjes van verschillende kolonisten. ;
Niet ver van den naar het ,,koloniehuis" voerenden hoofdweg I
ligt, een eind weegs den grintweg op, welken we zoo even pas- L
j scerden, eene villa, welker witte muren en vreemdsoortige bouw- ·
trant, nauw door het groene hout zichtbaar, reeds onze aan-
dacht vroegen. Daar is de residentie van den directeur der
anai chistische. ( ?) kolonie.
Onderwijl en ongemerkt zijn we al loopende en pratende
aan het einddoel onzer wandeling genaderd... Indien het ‘
Uwe goedkeuring wegdraagt, zullen we maar hier voor het l
gebouw heengaan, hoewel de hoofdingang op zijde, achter ,
j den linkervleugel verborgen is, maar aangezien we juist in den E
zomer zijn, staan de deuren van deze tuinkamer geheel open
g en geven die ons dus gelegenheid binnen te treden. ,
Hebben wij de vrijmoedigheid en gaan we binnen, doch ,
bedrieg ik mij, als ik meen op Uwe gezichten te lezen, dat Ge l
onder den indruk zijt van de dingen, die komepn moeten? ja,
met het oog op de eigenaardige plaats, die wij met een bezoek j
vereeren, is mij dat zeer begrijpelijk. Weest echter niet be- I
vreesd, of het zou moeten zijn, dat Ge vrees koesterdet in eexn l
I