HomeEenige ervaringen opgedaan in de kolonie van Frederik van EedenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 779.69 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 18.34 MB

I
I2
j .
wettige vrouw en nu leefde met eene andere vrouw voor zóó .
lang; van genen vernam ik, dat hij niet gescheiden was en
toch zich koesterde aan den boezem eener andere vrouw enz.
{ enz. En nu moet men niet rekenen met die vlinderachtige jon- L
l gelui, bij wie de eene passie van liefde plaats maakt voor de
A A andere, passies, welke elkander als het ware aanhoudend ver-
dringen. Zij zijn in de zoog. ,,drang und sturmperiode" en
natuurlijk voorstanders der ,,Vrije Liefde." ,
Toegegeven moet worden dat van de huwelijken in den _
tegenwoordige tijd gesloten er niet vele plaats hebben tus- ` r ‘
i schen menschen van wie men zeggen zou, dat zij verwante
, zielen zijn, doch dat geeft ons geen recht niet deze gewoonte
’ te breken.
,, Liefde, zooals zich de voorstanders der Vrije Liefde ,
voorstellen, kan ook de drijfveer zijn tot het sluiten van een S-
l gewoon huwelijk, met zijn wettelijke formaliteiten, en dat
moest altijd zoo zijn. Maar het zou een mooie boel worden
wanneer twee ongelui, die zooevcn met elkaar kennis maakten
i en zich inbeeldden liefde voor elkaar te gevoelen, zoo maar
dadelijk in de gelegenheid gesteld werden toe te geven aan
wat men noemt ,,de uiting van de liefde."
Op de kolonie is men voorstander der Vrije Liefde, en e
l voor de kolonisten zijn de woorden van Deinosthenes, die het
toch wcl weten kan, volkomen gerechtvaardigd, waar deze
J zegt: ,,De hetearen (publieke vrouwen) hebben voor ons
i genot, de concubinen (bijzitten) voor onze verzorging, de
L echtgenooten om wettige kinderen te teelen en om trouw over `
j ons huis wacht te houden."
j Arme, arme l/levr. X., gij hadt hem toch zoo innig lief een
tijdje, nu moet gij bitter lijden en ge moogt uw leed niet uiten;
wat binnen in U zoo brandt en bruischt, 't mag niet tot openba-
I ring komen. Eene andere won zijn zwak, zinnelijk hart. ll
Arme, arme, Mej. N., straks zal men ook u verstooten en `_
zwijgen zult dan ook gij, want anders!... wee U, de wereld
zal U verachten en minacliten en toch, Uw liefde voor hem
was zoo rein, zoo onbevlekt en hij keek U zoo suggesstief aan.
Maar zwijg! ‘
Men zou zoo zeggen, dat de leden der kolonie zonder on-
ü