HomeDe houding van Groot-Brittannië tegenover kleine landenPagina 2

JPEG (Deze pagina), 654.23 KB

TIFF (Deze pagina), 5.95 MB

PDF (Volledig document), 12.31 MB

De Staats­Secretaris van Buitenlandsche Zaken heeft
machtiging gegeven tot de publicatie van de volgende ver- ,i_
klaring: 7
In een mededeeling aan de Deensche pers heeft de Duit-
sche Rijks­Kanselier de vraag gesteld of iemand gelooft dat
Engeland tusschen beiden zou gekomen zijn indien Frankrijk
België’s neutraliteit geschonden had. Ons antwoord is dat
Engeland dat ongetwijfeld zou hebben gedaan. Uit het
Engelsche Witboek blijkt dat Sir EDWARD GREY de Fran-
sche Regeering gevraagd heeft of zü bereid was te beloven
België’s neutraliteit te eerbiedigen zoolang geen andere
macht die schond. De Fransche Regeering antwoordde dat
zij vastbesloten was België’s onzijdigheid ongerept te laten. /
Die verzekering, werd er aan toegevoegd, was reeds ver- «/ ¤
scheidene malen gegeven en had een punt van overweging
uitgemaakt tusschen President POINCARE en den Koning
der Belgen. De Duitsche Rüks­Kanselier schijnt volslagen
onkundig van het feit dat Engeland in 1870 dezelfde ge-
dragslijn gevolgd heeft als nu. Toen Engeland in 1870 Bis-
MARCK om een verklaring dienaangaande vroeg, gaf deze
toe dat hij de verdragsverplichtingen in betrekking tot
België zou eerbiedigen.
De tegenwoordige Rijks-Kanselier daarentegen heeft ge-
weigerd ons in IQI4 tegemoet te komen zooals BISMARCK
ons in 1870 tegemoet gekomen is. Hij vindt het vreemd dat
de Heer Asouirn in zijn toespraak in den Londenschen
Gildenhal geen woord gerept heeft van de onzüdigheid der ~ "*
Scandinavische landen, en insinueert dat de reden voor die