HomeDe houding van Groot-Brittannië tegenover kleine landenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 754.45 KB

TIFF (Deze pagina), 6.01 MB

PDF (Volledig document), 12.31 MB

ál II

ii naar het oorlogsterrein waren gezonden. Deze beide ver-
j klaringen werden door Graaf Bi-:RcHro1.D afgelegd ter be-
, antwoording van scherpomlijnde vragen, hem door den
; Heer DUMAINE in opdracht van zijn Regeering gesteld. Het
C vertrek van den Franschen Ambassadeur geschiedde zon-
der de minste vijandige betooging maar Zijne Excellentie
,_ achtte zich terecht gekrenkt door een toespraak van den
ii Opper­Burgemeester van Weenen, kort voor zijn vertrek
tot. de menigte gehouden die voor de trappen van het stad-
_ j huis stond opgehoopt, waarin deze de menschen verzekerde
dat Parijs in opstand was en dat de President der Repu-
{ bliek was vermoord.
De Britsche oorlogsverklaring aan Duitschland vverd in
Weenen door extra­uitgaven der dagbladen in den middag
ij van den 5den Augustus bekend gemaakt. Een uittreksel uit
il uw toespraken in het Lagerhuis, en ook uit de rede van den
lä Duitschen Rüks­Kanselier in den Rijksdag van 4 April,
j verschenen denzelfden dag, alsmede de tekst van het Duit-
sche ultimatum aan België. Overigens vverden slechts wei-
nig bijzonderheden van de groote gebeurtenissen dier da-
. . gen bekend. De ,,Neue Freie Presse" uitte zich buitenge-
woon grof over Engeland. Het ,,Fremdenblatt" was niet
j beleedigend, maar zoo goed als niets werd in de kolommen
van eenig Weensch blad gezegd dat verklaren moest hoe
de schending van België’s neutraliteit Zijner Majesteits
l Regeering geen andere keuze had gelaten dan deel te ne-
l men aan den oorlog.
De verklaring van ltalië’s neutraliteit werd in Weenen
j als een bittere teleurstelling gevoeld, maar nauwelijks in de
dagbladen vermeld.
; ­ Den 5den Augustus had ik de eer uw instructie van den
vorigen dag te ontvangen, waarin u mij voorbereidde op
tl den ophanden zijnden oorlog met Duitschland, maar er aan
J? i toevoegde dat Oostenrijk nog niet op dat tijdstip met Rus-
land en Frankrijk in oorlog scheen te zijn en ik daarom mijn
paspoort niet behoefde aan te vragen noch eenige bijzon-
l