HomeDe houding van Groot-Brittannië tegenover kleine landenPagina 13

JPEG (Deze pagina), 679.56 KB

TIFF (Deze pagina), 6.02 MB

PDF (Volledig document), 12.31 MB

9
...... ; SZAPARY ten slotte had toegegeven op het voornaamste
geschilpunt, door den Heer SAzoNor te verklaren dat
Oostenrijk bereid was de punten in de Servische nota die
l onvereenigbaar schenen met de handhaving van Servië’s
onafhankelijkheid aan bemiddeling te onderwerpen. Dit
E voorstel, zei de Heer Scnïaniïko, was door den Heer
SAzoNoF aangenomen op voorwaarde dat Oostenrijk zou
` afzien van den inval in Servië. Oostenrijk had inderdaad
te elfder ure toegegeven, en dat het zelf op dat tijdstip
A goede hoop had op een vreedzamen afloop blijkt uit de
_ mededeeling van Graaf Mnnsnonrr aan U van 1 Augustus
dat Oostenrijk geenszins ,,de deur gesloten had" voor
eenig vergelijk, noch de besprekingen had afgebroken. 1)
Tot het einde toe heeft de Heer Scmznïko hard gewerkt
voor den vrede. Hij voerde een hoogst verzoenende taal
tot Graaf BERCHTOLD, en hij vertelde mij dat deze, even-
zeer als Graaf FoRGAcH, in den zelfden verzoenenden
geest geantwoord had. Rusland kon weliswaar niet ver-
wachten dat Oostenrijk zijn legers zou terughouden, maar
I, deze zaak had waarschünlijk door onderhandeling kunnen
· beslecht worden, en de Heer ScH12BE1<o vertelde me her-
` haaldelük dat hij bereid was ieder redelijk vergelijk te aan-
vaarden.
Ongelukkigerwijs werden deze besprekingen te St. Pe-
tersburg en Weenen plotseling afgebroken door de over-
brenging van het geschil op het gevaarlijker terrein van
een rechtstreeksch conflict tusschen Duitschland en Rus-
land. Duitschland kwam den 31S¥<=¤ juli tusschen beiden
1 met zijn dubbel ultimatum aan St. Petersburg en Parijs.
A, Deze ultimatums waren van dien aard dat slechts een
antwoord er op mogelük was, en Duitschland verklaarde
ä op 1 Augustus aan Rusland en op 3Augustus aan Frankrijk
A den oorlog. Een paar dagen uitstel hadden naar alle waar-
.»#ë‘ , _____
J) Zie ,,Engeland in Oorlog voor de gewaarborgde rechten van
kleine naties", No. 137.