HomeDe houding van Groot-Brittannië tegenover kleine landenPagina 12

JPEG (Deze pagina), 766.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.02 MB

PDF (Volledig document), 12.31 MB

i
l
8
kan·crisis, maar dat hij nooit veel vertrouwen had gehad in ,
de duurzaamheid dier schikking, die bezwaarlijk anders
j dan hoogst kunstmatig wezen kon, daar de belangen die ze
tot eensgezindheid moest brengen in wezen zoo volslagen W
uiteenliepen. Zijne Excellentie voerde het gansche gesprek
in den meest vriendschappelijken toon, maar liet mij niet in g j
het onzekere omtrent het vaste voornemen der Oosten- _
rijksch­Hongaarsche Regeering om den inval in Servië ‘
door te zetten.
De Duitsche Regeering beweert tot het einde toe te A
hebben volhard in haar pogingen om te Weenen uw
achtereenvolgende voorstellen in het belang van den vrede i
te steunen. Herr vor: TcH1Rs1<Y heeft het niet noodig ge-
vonden mij of de Fransche en Russische Ambassadeurs uit
te noodigen met hem samen te werken bü de tenuitvoer-
legging van zijn instructies in dien zin, en ik had geen
middel om te weten te komen wat voor antwoord hij van
de Oostenrijksch­l·longaarsche Regeering ontving. Ik
werd evenwel door den Heer ScHEBE1<o, den Russischen
Ambassadeur, volledig op de hoogte gehouden van zijn ,
eigen rechtstreeksche onderhandelingen met Graaf BERcH­ _ “/ .
Torn. De Heer SCHEBEKO trachtte den 28sten juli de
Oostenrijksch­Hongaarsche Regeering over te halen aan
Graaf SZAPARY volmacht te geven tot voortzetting der
veelbelovende besprekingen die hij te St. Petersburg met
den Heer SAzoNoF gevoerd had. Graaf BERcHToLD wei-
gerde dat dien dag, maar twee dagen later (go juli), of-
schoon Rusland toen gedeeltelijk tegen Oostenrijk gemo-
biliseerd had, ontving hij den Heer ScHEBEKo opnieuw op
de meest voorkomende wijze, en gaf hij zijn toestemming
tot de voortzetting der besprekingen te St. Petersburg.
Van dat oogenblik af was de verhouding tusschen Rusland
en Duitschland veel meer gespannen dan tusschen Rus-
land en Oostenrijk. Tusschen de beide laatste landen ,
scheen een vergelijk bijna in zicht, en den eersten Augustus
werd mij door den Heer Scuizsïko meegedeeld, dat Graaf