HomeDe Koninklijke Marine-machinisten in NederlandPagina 75

JPEG (Deze pagina), 753.04 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 57.81 MB

73
kennen, als de vooruitgang te negeeren is, die er in
het personeel van het machinisten­corps in de laatste
vijf en twintig jaren heeft plaats gehad. Wat er voor
vijf en twintig jaren geleden bestond, bestaat op dit
terrein niet meer. Moge men al eenigen tijd door kunst-
matige middelen den stroom in zijnen loop tegenhouden -~
eenmaal breekt hij toch door, en de opposanten (zoo
zij niet in tijds zich uit de voeten maken) worden nolens
volens medegesleept.
Als men zich nu in den toestand der oppositie denkt,
.. dan mag men het er voor houden, dat zij niet licht te
achten is; integendeel, zij heeft zich als een struikelblok
op den weg van vooruitgang gelegerd. En zoo was
het niet te hevreemden, dat velen met een gevoel van
diep leedwczen vernamen, dat twee voormalige Zee-Offi-
eieren, thans Leden der Volksvertegenwoordiging, in het
afgeloopen jaar eene poging deden om den rang van
Ofhcier voor den chef-machinist te doen vervallen. Deze
poging heeft de algemeene verontwaardiging opgewekt.
Reeds langen tijd had het vuur gesmeuld; jaar op _jaar
nam het ongenoegen der rnachinisten toe; in hun lot,
hunne lage positie, kwam niet de minste verbetering;
zij hadden reeds voor jaar en dag geklaagd, maar hunne
klachten vonden geen gunstig oor bij de voormalige Minis-
ters van Marine, en de publieke aandacht was op het onder-
werp nog te weinig gevestigd. Misschien waren de Ministers
van Marine met den waren toestand te weinig bekend en
lag alzoo niet aan hen de schuld, dat het hij ’t oude
bleef. Misschien waren het veeleer de inspecteurs en de
oude bureaucratie, gesteund of wel aangespoord door
de voorschreven opposanten, die met hand en tand de
verbetering van den toestand van het machinisten-corps
tegenhielden en de leden van dat corps het onverbid- "
delijk, ,,perinde ae cadaver" toeriepen . .. en met een i
overkropt gemoed zwegen de machinisten; zelfbehoud
gebood zulks!
Geen wonder alzoo, dat toen het laatsteiplechtanker
hun stond ontnomen te worden, toen Oud-Ollicieren der i
Marine aan hunne medeleden in de sectiewergadering der l
Tweede Kamer verklaarden: ,,dat de rang van Ollicier
` I
l