HomeDe Koninklijke Marine-machinisten in NederlandPagina 74

JPEG (Deze pagina), 776.71 KB

TIFF (Deze pagina), 6.78 MB

PDF (Volledig document), 57.81 MB

!
vl
72
il
i mondeling, tegen den te lagen toestand waarin het
maehinisten-corps gCilOtldGl1 wordt.
Het is bekend, dat nog vele zee-officieren op een’
ii hoogeren sport van den militairen ladder gelooven te
ii staan dan !11111ne collega’s aan den vasten wal - wij
j laten illlll l1et genoegen van dit geloof; misschien is het
t, wel daarom, dat onder l1et corps marine-otheieren veelal
de zonen der aristoeratie vertegenwoordigd waren, maar
j wij ontwaren met leedwezen dat een aanzienlijk getal
1 dezer heeren ongenegen is o1n Neerlands burgerzonen
den rang van luitenant te zien toegekend; de laatst.en __
{ zouden dan ook tot l1et etat-major behooren, en met
de eersten in den voor-longroom moeten plaats nemen I . ..
Maar die heeren vergeten, dat deze lmrgerzonen in den
regel tot de aelitbaarste familien bel1ooren, en dat zij
illtl'lllG hersenen hebben verrijkt met wetenschappen, die
Q wel tegen een t`a1nilie-wapen kunnen opwegen. En daaren-
1 boven , l1et go11ver11ement heeft het immers in zijne macht
{ om den 11'1üCilllllS'[ *1° klasse al dan niet te bevorderen
§ tot den otïiciersrang en l1et gouverneinent zal waarlijk
! het corps officieren niet eornpromitteeren door de benoe-
{ ming van Oi`llClCl`­IIl£1CilllllStCl1, die verdienen, bij dat corps
eene plaats in te nemen. De goeden mogen niet l1et
j slachtoffer worden van de minder. geselnkteiig dat de
. goeden het met de kwaden vaak misgelden, werd in het
onderhavige geval helaas! maar al te zeer bewaarheid.
1 En zoo mogen wij dan in geinoede vragen: ls het
` billijk, M. ll.! dat gij u zoo heftig blijft verzetten tegen
i de verbetering van den toestand der macliinisteng kunt
I gij uwe handelwijs door eenig redelijk argument recht-
vaardigen? . .. . . Naar onze meening, neen! docl1 is die
E meening niet de ware ·- welaan! spreekt gij haar dan
L tegen; maar is zij de ware, ­-­ legt dan uwe vooringe-
1 nomenl1eid af, schaart u bij zoovele Hoofd- en andere
othcieren, die er anders over denken dan gij, zijt billijk
en tracht niet langer deu stroom tegen te houden, dien
i de tijd en de vooruitgang op het gebied van kennis
! en wetenschap hebben doen ontstaan.
1 Die kennis en wetenschap zijn niet 111ecr l1et monopolie
van den bevoorrechten stand, dit valt evenmin te ont-