HomeDe Koninklijke Marine-machinisten in NederlandPagina 15

JPEG (Deze pagina), 726.20 KB

TIFF (Deze pagina), 6.68 MB

PDF (Volledig document), 57.81 MB

I
Q
I
13 .
vvordt, dit Corps hoe langer hoe meer zijn kundigste
en degelijkste mannnen verliezen zal."
De kapitein stond mij voor de waarheid van die ver-
zekering in. ~
Van vvaar nu deze aehterstelling onzer maehinisten;
van waar dat bekrompen idee om mannen, zoo weten-
schappelijk opgeleid, zulk een int`erieu.ren rang toe te
kennen`? Staan zij dan zoover ten aehter hij de machi-
nisten van andere zeemogendheden, ot` zijn het missehien .
. mannen uit de hetle des volks, door vvie de ot`tieiers­
j stand zou onteerd vvorden?
* ,,Moge - en dat was des zeenians laatste 0p1ner­ j
king -­ ons gouvernement eenmaal tot andere inzichten
komen, en mogen - het helang van den maehinist i
A voor een oogenblik zelfs ter zijde latende -­ in het j
wezenlijk en waarachtig belang des vaderlands onze ma- i
ehinisten een heter lot te gernoetgaang moge hunhoogst. i
gevvielttige werkkring eenmaal erkend en gewaardeerd-- j
en na die erkenning hunne positie verbeterd worden,
daarop liehben zij eene rechtmatige aanspraak."
lk twijfel zeer, niet alleen ol` deze toestand algemeen
bekend is, maar ot` zij bekend is hij hen, die er ver-
betering in kunnen teweegbrengen. j
Voorzeker zijn onze ministers en volksvertegenwoordi- `
gers van dezen ahnormalen toestand. onbewust. De
laatsten althans sehijnen mij toe, volstrekt niet op de
- hoogte te zijn van dit onderxverp -- vergeef mij die i
gissing; maar hoe is het anders mogelijk, dat men in ,
het verslag der commissie uit de Kamer over de be-
groeting van illarine de woorden leest: Er is ranzige-
tlrongen op u[sclza[]ing aan het Corps of/Lczïerezz-Illae/1i-
· , zzistezz., dat omzoodiy; werd yeaeïzt. _
i Die woorden vooral deden mij gevolg geven aan een
plan, dat ik reeds lang gekoesterd had, om de alge-
meene aandacht te vestigen op deze zaak, -ot`sehoon ze
mij niet reelitstreeks hetretl., ­- ik hen noeh machinist,
noeli zee-otlieier - maar die ik eene sehande aeht voor
ons land. liet zij mij vergund, hierop nader terug te
komen, en de iieivijzen hij te lirengen voor hetgeen ik
sleeliäs in algeineenen zin zeide. Zij die mij nog nadere