HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 69

JPEG (Deze pagina), 540.24 KB

TIFF (Deze pagina), 5.24 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

< ` niet toestemt, is er geen overeenkomst, en krijgt de verhuur-
der niet, wat hij vraagt. Dat hier wel degelijk van een over-- ·
eenkomst moet sprake zijn blijkt uit de woorden, waarmee f
artikel 2 aanvangt: ,,is de overeenkomst, waarbij de hoo-
gere huurprijs bedongen is" en artikel 8: ,,indien bij eene j
overeenkomst eene hoogere vergoeding voor het gebruik van l
eene woning is bedongen dan krachtens deze wet geoor-
‘ loofd is".
Als de verhuurder zich bereid verklaard heeft, den huur-
prijs te verlagen, is hij straffeloos, ook al komt de verlaging
l niet·tot stand, daar deze bij overeenkomst moet geschieden,
waartoe de medewerking van den huurder noodig is. Aldus
de Minister bij de behandeling der wet. (Men zie hierover
‘ ook de ingezonden bijdragen in W. v. h. R., nrs. 10162 en
10166). 1
Goedgekeurd of vastgesteld: als de huuroommissie den
hoogeren huurprijs niet goedkeurt, stelt zij den huurprijs,
waarvoor de woning mag verhuurd worden, vast.
Wat het tweede lid van artikel 9 betreft, geldt artikel 51
W. v. S., dat geen straf wordt uitgesproken tegen den be-
stuurder of commissaris, van wien blijkt, dat de overtreding
buiten zijn toedoen is gepleegd.
Art. 15 De Huurcommissiervet vervalt zes maanden na den dag,
H°· waarop door de Koningin, den Raad van State gehoord, zal
zijn verklaard, dat de tegenwoordige buitengewone omstan-
digheden hebben opgehouden te bestaan.
, 67
ä 6