HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 67

JPEG (Deze pagina), 634.17 KB

TIFF (Deze pagina), 5.25 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

l
l
l
j § 10. Strafhepalingen.
l
l Art 9 H¢­ De verhuurder, die overtreedt een der bepalingen
van artikel 1 of van artikel 2, wordt gestraft met eene
geldboete van ten hoogste duizend gulden.
Is eene naarnlooze vennootschap, eene coöperatieve of an-
" dere rechtspersoonlijkheid beztttende vereentgtng of eene
t stichting verhuurder, dan worden de bestuurders, leden van
het bestuur of cornnzissartssen met dezelfde straf gestraft.
· De bij deze wet strafbaar gestelde feiten worden be~ '
schouwd als overtredingen.
Strafbaar is derhalve:
Hij, die als verhuurder in eene gemeente, waarvoor eene
huurconunissie is ingesteld, eene hoogere vergoeding, onder
welken naarn of tn welken vorm ook, bedingt voor het ge-
bruik van eene woning, dan de huurprijs voor de woning
geldende op, of laatstelijk vóór, 1 Januari 1916 1918), (B dan
* de huurprijs, welke door de huurcommissie als de huurprijs
l van 1 Januari 1916 (1918) is geschat, G dan de huurprijs,
J waarvoor de woning voor het eerst is verhuurd), zoo niet
j die hoogere huurprijs is goedgekeurd of vastgesteld door
de huurcommissie, en
i' Hij, die als verhuurder in eene gemeente, waarvoor eene
huurcommisie is ingesteld, vóór de instelling der huurcom-
missie (vóór het in werking treden der H uuropzeggingswet),
doch na 1 Januari 1916 (1918), een hoogere vergoeding,
i t onder welken naam of in welken vorm ook, heeft bedongen
Q voor het gebruik van eene woning, dan de huurprijs, voor
ik de woning geldende op, of laatstelijk vóór, 1 Januari 1916
f (1918) (C dan de huurprijs, waarvoor de woning voor het
l eerst is verhuurd), en, zich niet jegens den huurder be-
g reid verklaard hebbende den huurprijs te verlagen tot dien
ä van 1 Januari 1916 (1918) (C tot den huurprijs, waarvoor de
ïl 65
1
( t
d