HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 55

JPEG (Deze pagina), 663.23 KB

TIFF (Deze pagina), 5.26 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

] opgegeven, is ,,stijging der onderhoudskosten? Komen er
{ later stukken ter tafel, dan zijn dit veelal rekeningen en
F kwitanties van eenen tijd na de verhooging, die in den regel
geen dienst zullen kunnen doen, of wel zoo oud, dat het
vermoeden wordt opgewekt, dat er sedert niets aan de
huizen gedaan is.
' Het gaat niet aan, alle niet wèl-gedocumenteerde verzoe-
i ken eenvoudig af te wijzen. Als de zekerheid bestaat, dat er
i regelmatig onderhoud is, dan zal de huuroommissie met
I de haar ten dienste staande gegevens en overeenkomstig
de bestaande praktijk het normale onderhoud moeten be-
‘ grooten, en, in verband met de bekende stijging der onder-
houdskosten, een zeker percentage als ,,hoogere uitgaven"
4 voor de beoordeeling der verhooging in aanmerking bren-
gen. Eene proeve van zoodanige berekening vindt men op
bladz. 9 van de Memorie no. 2 der Centrale Commissie van
advies.
Bij eene normale exploitatierekening mag o.i. ook met af-
· sohrijving rekening gehouden worden.
Buitengewone herstellingen en oerbourvingskosten komen
ook in aanmerking. De eerste zullen in den regel over een
zeker aantal jaren te verdeelen zijn (ook sommige uitgaven,
die toch weer tot het normale onderhoud zijn te rekenen, als
schild.erwerk), de laatste soms bij de koopsom te tellen zijn,
om tot vaststelling der normale huurwaarde op 1 Januari
1916 (1918) te komen.
De genoemde ,,hoogere uitgaven" zijn voor uitbreiding
vatbaar. Gewezen mag nog worden op meerdere rvanbetaling,
hoogere administratiekosten (mits deze niet kennelijk de
grenzen van het normale overschrijden), waarmee ongetwij-
feld rekening moet worden gehouden.
Belangrijk is ook de vraag of onderhuur een motief is in
den zin der Huurcommissiewet voor huurverhooging. Op
eene deswege tot hem gerichte vraag heeft de Minister
geantwoord:
,,Indien, na het tot stand komen der huurovereenkomst,
strekkende tot het bewonen door een gezin, en zonder voor-
53