HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 48

JPEG (Deze pagina), 675.40 KB

TIFF (Deze pagina), 5.20 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

lt
ft; ja;
F2
xii
Tàiï sê:
ii
:"‘ I‘
§ 7. De uitspraak. Art;
`ï Ari;. 4, lid 3, De huurcommissie keurt den hoogeren huurprijs niet
Hm goed, zoo de verhuurder niet aannemelijk maakt, dat de
hoogere huurprijs redelijk is in verband met de nor-
tl male huurwaarde op 1­Januari 1916. (1918) vermeer-
derd met de hoogere uitgaven, die hij ter zake van de .
woning heeft te bestrijden. In bijzondere gevallen l
gil echter kan de huureommissie de verhooging op anderen
grond goedkeuren, zoo haar blijkt, dat de huurder met `
de verhooging instemt.
¥%;£, Art. 5 Hc. Keurt de huurcommissie den hoogeren huurprijs niet
goed, dan stelt zij, den verhuurder gehoord, althans
behoorlijk opgeroepen, het bedrag vast, waarvoor de
Y .. woning mag worden verhuurd. Daarbij wordt rekening
ig gehouden met de normale huurwaarde op 1 Januari
(SQ 1916 (1918) en met de hoogere uitgaven, die de ver-
êïj huuicler ter zake van de woning heeft te bestrijden, of,
wat betreft eene nieuw gebouwde woning, na 1 Januari
1916 (1918) voor het eerst in gebruik genomen, met den i
huurprijs, waarvoor de woning voor het eerst is ver-
gt huurd.
l Art·2,1id 3, Keurt de huurcommissie (bij verhoogingen vóór de
. . Hc. instelling der huurcommissie of voor de inwerking- V:
treding der Huurcommissiewet) den hoogeren huur- ?‘
rg.; prijs niet goed, dan geldt als huurprijs het door de t
t huurcommissie als zoodanig vast te stellen lager be-
drag; de verlaging werkt dan terug tot het tijdstip door
i de huurcommissie te bepalen. Dit tijdstip kan niet lj
jg mt vroeger zijn dan 16 October 1916 (1 Januari 1918). V

Am 58 Bij goedkeuring van den hoogeren huurprijs is oproeping §
A. m. v. b. van huurder en verhuurder niet noodig. l _

¥ i 46
`