HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 42

JPEG (Deze pagina), 799.35 KB

TIFF (Deze pagina), 5.20 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

in
{_ blijft dus buiten beschouwing, of liever behoeft de goed- _
1; keuring der huurcommissie niet, want de huurcommissie (
ij; moet toch als- u1tgangspunt nemen de normale huurwaarde ·
gg op 1 Januari 1916 (1918), en dan kan de verhooging van ·
Q den verzoeker eene kleine zijn, maar als een of meer van
ïj zijne voorgangers ook eene kleinigheid verhoogd hebben,
Q, I kan alles bij elkaar een heel bedrag zijn, en de huurcom-
Y g _ §= missie, die mag teruggaan tot den huurprijs van 1 Januari
1 1916 (1918), kan dan wel eens eenen huurprijs vaststellen ‘
beneden den eersten huurprijs van eenen lateren verhuurder.
QQ En heeft alleen de vorige verhuurder verhoogd, dan moet
[1 de nieuwe verhuurder om aanraking met de huurcommissie
gt t, te vermijden, ook den huurprijs verlagen tot dien van 1 Ja-
nuari 1916 (1918) enz.
Tenslotte hierover de opmerking, dat het duidelijk is, dat
`de verhuurder, wanneer hij na 1 Januari 1916 (1918) meer Ver;
_, ‘ verhoogingen heeft gedaan, alleen goedkeuring van het to- vóóri
fl taal heeft te vragen, niet zoovele goedkeuringen als er ver- deïhï
Q, hoogingen zijn. . · xx"
il De overstelpende werkzaamheden der huurcommissies, vóóf
F die nóg onmiddellijke afdoening onmogelijk maken, stellen king
( deze twee vragen aan de orde: mag de verhuurder reeds derf
vóór de instelling der huurcommissie bedongen verhoogin- zegg
gen blijven innen zoolang de Huurcommissie nog niet beslist A_ D
j 1 · heeft? en: mag de verhuurder na de instelling bedongeln ver-
.1 hoogingen reeds voor de goedkeuring ontvangen? Wij eant-
l if woorden de eerste vraag bevestigend op grond van practische
., overwegingen. Het ,,beati possidentes" geldt ook hier.
] QL Navordering zal meestentijds practisch uitgesloten zijn.
1 Q Daartegenover staat de verplichting van den verhuurder,
gi om bij niet-goedkeuring der verhooging het te veel ontvan-
lj gene terug te betalen, naar de Minister bij de behandeling
lt! zeide`: desnoods te vorderen met de condictio indebiti. Maar
ons antwoord op de tweede vraag luidt ontkennend. De
ig jf wet zegt duidelijk, dat de aanvrage vooraf moet geschieden.
ig De moeilijkheid, die zich hier in de praktijk kan voordoen,
1 is te ondervangen, door tijdige aanvraag en door de hand te
J j` houden aan onmiddellijke behandeling, binnen 14 dagen. ..
ë Een bijzonder geval is het volgende:
i lil
* *1; 4Q ,
.`{;
j
(Mw N g .