HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 40

JPEG (Deze pagina), 721.11 KB

TIFF (Deze pagina), 5.24 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

l
zi? ii t
De huurcommissie te Amsterdam riep zelfs uitdrukke-
yï lijk verhuurders, die den termijn hadden laten verloopen, Op,
Qi? om alsnog hunne verzoeken in te dienen. Zij grondde hare .
meening hierop, dat de Hunrcommissiewet meer naar haren
f geest dan volgens de letter moet worden toegepast.
( De Kantonrechter te Amsterdam besliste anders bij een l
niet nader gemotiveerd vonnis (W. v. h. R. no. 10170, waar- l
F over ingezonden bijdragen in nrs. 10175 en 10185, en bleek Q
g l van oordeel, dat de huuroommissie het verzoek niet-ontvan- l
ga kelijk had moeten verklaren. Aldus ook de Kantonrechter *
te Utrecht, bij vonnis van 14 Januari 1918 (WV. v. h. B. no.
10204) op de volgende overwegingen: ,
sx
dat, nu de Wet uitdrukkelijk een termijn stelt, binnen
g welken de verhuurder verplicht is zich met een verzoek *
il om goedkeuring van den door hem vóór het instellen
E der Huurcommissiewet verhoogden huurprijs tot die
commissie te wenden, de verhuurder in zijn na dien K
tijd ingediend verzoekschrift niet­ontvankelijk had be- l
id ‘ hooren te worden verklaard; E
`li dat toch bij een andere opvatting het stellen van een I
j . termijn elken redelijken grond zoude missen;
' ¥; dat bovendien een in behandeling nemen van het ver- 1
äl zoekschrift onnoodig was, daar het bij artikel 8 ader `
Q Huurcommissiewet voorgeschrevene geldt in alle geval- (
·. len, waarin de verhuurder hetzij de goedkeuring van
gà t den verhoogden huurprijs niet vraagt, hetzij, deze vra-
`S [ gende, den gestelden termijn daarbij niet in acht neemt;
i i T . dat wel artikel 39 K; B. 26 Mei 1917, Stsbl. no. 444, 1
` daarmede schijnbaar in strijd is, doch dat die bepaling _;
samenhangt met en een gevolg is van al. 2 van artikel 3
e 2 der Huurcommissiewet, welke alinea in het oorspron- .
l kelijk ontwerp niet voorkwam en eerst in het laatste j
stadium der behandeling daarvan aan gemeld artikel
is toegevoegd.
t ­* ‘
ij Over deze laatste overweging, die ons niet juist voorkomt, e
=§ J spraken wij reeds. ‘
A2 Hiermee is in overeenstemming het door den Minister i
A .
1 v'
? ‘ se i A
W i
l