HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 15

JPEG (Deze pagina), 585.72 KB

TIFF (Deze pagina), 5.16 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

l
li
ïl
J? _
l
j § 2. De negen.
s Art- 1 HC- De regel is, dat de huurprijs van 1 Januari 1916 (1918)
3 of de laatste huurprijs vóór dien datum, als toen de woning
onverhuurd was, de huurprijs is. Voor toen reeds bestaande
E woningen, na dien datum voor het eerst verhuurd, komt de
schatting van den huurprijs op dien dag door de huurcom-
f‘ missie daarvoor in de plaats, en voor na dien datum nieuw-
3 gebouwde woningen de huurprijs, waarvoor de woning voor
het eerst is verhuurd.
AW 8 H°· In artikel 8 der Huurcommissiewet is dit beginsel aldus .
neergelegd: ` ·
l
Indien bij eene overeenkomst eene hoogere vergoe-
ding voor het gebruik van eene woning is bedongen
Q dan krachtens deze wet geoorloofd is, geldt, in plaats
van dat bedrag, de huurprijs, waarvoor de woning op,
of laatstelijk vóór, 1 Januari 1916 (1 Januari 1918)
is verhuurd geweest.
Betreft het eene woning, welke vóór of op 1 Januari
E 1916 (1 Januari 1918) niet is verhuurd geweest, dan
geldt de som, welke door de huurcommissie als de
E huurprijs van 1 Januari 1916 (1 Januari 1918) is
gl geschat.
‘ Betreft het eene nieuw gebouwde woning, na 1 Jan-
uari 1916 (1 Januari 1918) voor het eerst in gebruik
genomen, dan geldt de huurprijs, waarvoor de woning
voor het eerst is verhuurd.
Hiervoor is noodig, dat de verhuurder van woningen, die
op 1 Januari 1916 (1918) reeds bestonden, doch vóór of op
Q dien dag niet verhuurd zijn geweest, zich steeds vooraf tot
de huurcommissie wendt met een verzoek om schatting van
den huurprijs op 1 Januari 1916 (1918).
«r