HomeDe praktijk der huurcommissiewet en de huuropzeggingswetPagina 13

JPEG (Deze pagina), 684.55 KB

TIFF (Deze pagina), 5.12 MB

PDF (Volledig document), 56.73 MB

r geweest zijn. Een scherpzinnig notaris heeft in Ons Eigen-
dom van 2 Maart 1918 de vraag gesteld, of de Huurcom-
missiewet niet buiten werking te stellen is door het vestigen
van het zakelijk recht van bewoning (artikel 865 e. v. B. W.).
Wij meenen, dat practisch aan de eischen der Huurcom-
inissiewet op deze wijze niet te ontkomen is. Zooals het in
de praktijk zou moeten gaan, zal aan deze vestiging van het
recht van bewoning allicht eene overeenkomst, als bedoeld
_ in het aangehaalde artikel 2 A. m. v. B. ten grondslag liggen.
Artt. 24, 42 Tegen ontduiking der wet bedoelt te waken artikel 24
,; A·m·"· b· A. m. v. B. voor de woningen reeds vóór of op 1 Januari
1916 (1918) verhuurd, blijkens artikel 42 A. m. v. B. ook van
toepassing voor nieuw-gebouwde woningen, na 1 Januari
1916 (1918) voor het eerst verhuurd:
' Wanneer er verschil bestaat tusschen de verplich-
tingen, waartoe de verhuurder of de huurder gehouden
was op 1 Januari 1916 (1918, of, voor nieuw-gebouwde
t woningen, bij de eerste huurovereenkomst) en die waar-
toe hij ter zake van de woning later gehouden is (b.v.
doordat op het ééne tijdstip in den huurprijs begrepen
is de huurprijs van andere zaken of eenige andere ver-
goeding, zooals 0.a. de belooning voor te verrichten
diensten, het loon voor te verrichten arbeid of de koop-
prijs van te leveren zaken, dan begroot de huurcont-
rnissie de geldswaarde van het verschil in de ·verplich-
tingen des verhuurders of des huurders op de beide
tijdstippen, en houdt met die begrooting rekening bij
de beoordeeling of de hoogere huurprijs redelijk is.
, De bedoeling is te voorkomen, dat indien eene woning
, op 1 Januari 1916 enz. alleen verhuurd was, en men ter
ontduiking van de wet naderhand bijv. eenen stoel of tafel
meeverhuurd heeft, de zaak daardoor aan de huurcommis-
sie zou worden onttrokken.
Art- 30 A­ Dezelfde gedachte ligt ten grondslag aan artikel 30
m‘v‘b‘ A. m. v. B.:
Wanneer de verhuurder eene woning, welke vóór of
‘ op 1 Januari 1916 (1918) niet is verhuurd geweest, vóór
á te 11