HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 99

JPEG (Deze pagina), 928.40 KB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
97 l
krachten te zoeken, die bereid zijn dit onderwijs in dier voege j
uit te breiden, dat zij ook bij een verblijf van korteren tijd
het onderwijs der schipperskinderen als huisonderwijs op zich
zouden willen nemen. Daartoe zouden uniforme leerboeken l
voor dit onderwijs moeten worden aangeschaft, die de kin-
deren met zich mede zouden voeren; de onderwijzer ter l
plaatse zou het werk, dat het kind heeft opgekregen van zijn
voorganger, kunnen controleeren, het kind verder kunnen
helpen en van een nieuwe taak kunnen voorzien. Het behoeft i
geen betoog, dat zulk onderwijs, hoewel uit den aard der j
zaak gebrekkig, toch in een ernstige leemte zou voorzien. l
Het Koninklijk Besluit zou een dergelijke regeling in het
leven kunnen roepen.
Een tweede nog moeilijker te bereiken groep der bevol-
king is de in woonwagens verblijf houdende, trekkende,
bevolking. Wil men deze tot een normale, op vaste plaatsen
verblijf houdende, bevolking opvoeden, en onze Commissie
meent, dat dit alleszins gewenscht is, dan zal men haar zeker
niet een privilege moet·en schenken ten opzichte der leer-
pliehtwet, een privilege trouwens van zeer twijfelachtigen
aard, omdat het tengevolge heeft, dat de kinderen ongeschikt
worden voor een andere levenswijze en beroep. Een eenvou-
dige opheffing van de vrijstelling in art. 7 der leerplichtwet
zou echter niet tot het beoogde doel voeren. De ouders, die
tot deze categorie behooren zullen zich toch veelal van een
veroordeeling op grond der leerplichtwet, al heel weinig
aantrekken en hun kinderen verder van alle onderwijs ver-
stoken laten. Daarom schijnt hier een scherper ingrijpen
van den wetgever noodig. Er zou kunnen worden bepaald,
dat verregaande nalatigheid in het nakomen der leerverplich-
ting zou kunnen worden beschouwd als verwaarloozing, die
dus tot ontzetting uit de ouderlijke macht aanleiding zou
kunnen geven, of men zou een nieuw instituut, beperking
der ouderlijke macht gedurende een bepaalden leeftijd, kun-
nen scheppen. De rechter zou dan bij gebleken noodzakelijk-
heid de opneming van deze kinderen in internaten kunnen l
gelasten. l
De mogelijkheid van een dergelijke regeling schijnt ook
voor andere categorieën gewenscht. Zoo wordt bijv. door
onderwijzers aan scholen voor achterlijke kinderen geklaagd
dat in hunne meestal zeer wel handelbare klassen kinderen
voorkomen, wier afwijkingen minder van intellectueelen dan
wel van moreelen aard zijn. Zulke kinderen dreigen den
geest der gansche school te bederven. Toch gaat men alleen i
i