HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 95

JPEG (Deze pagina), 953.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

93
de armoede van dien aard is, dat ze het schoolgaan belet,
moet beoordeeld worden door de betrokken autoriteit. Waar
dit het geval is, zal van aanmaning of vervolging geen sprake
zijn, want ·dan is aanwezig één van de ernstige omstandig-
heden, bedoeld onder No. 5. En zelfs, in-dien een school-
opziener, armoede niet als geldige reden aannemende, ten-
slotte proces verbaal opmaakt, en de zaak strafrechterlijk
wordt vervolgd, zoo zal toch nog de strafrechter volkomen
bevoegd zijn den vader vrij te spreken, op grond dat naar
zijne meening de armoede als geldige reden van school-
verzuim moet worden aangemerkt.
Onze Commissie meent, dat hierin verandering behoort
te komen, zij meent, dat armoede niet langer als geldige
reden van schoolverzuim mag gelden. Veeleer zal zij de
gemeenschap den plicht opleggen zoodanige maatregelen te
nemen, dat haar gevolgen niet meer tot schoolverzuim be-
hoeven te leiden. Daartoe zouden wij een aanvulling der
leerplichtwet wenschen, die armoede als reden tot school-
verzuim uitsluit en tot naleving dezer bepaling aan de school-
raden (gemeentebesturen) de verplichting willen zien opgelegd
een verordening te maken voor de verstrekking van school-
voeding en kleeding voor die kinderen, die daaraan behoefte
. blijken te hebben om het onderwijs met vrucht te volgen.
In art. 47 der wet op het Lager Onderwijs, regelende de
kosten van het onderwijs (pag. 24 van het Rapport der
Bevredigings-Commissie), behoort voorts naast schoolbaden
en schoolartsen uitdrukkelijk ook schoolvoeding en kleeding
te worden genoemd. VV·eliswaar kunnen deze uitgaven steeds
gebracht worden onder de formuleering van punt o, andere
uitgaven ter verzekering van een goeden gang van het onder-
wijs, maar het schijnt ons gewenscht de bedoelde uitgaven
met name te noemen.
Het blijkt uit het voorgaande, naar wij verwachten, met
voldoende duidelijkheid, dat het niet de bedoeling onzer
Commissie is de school te maken tot een vermomde inrichting
van weldadigheid. Wat zij in de genoemde opzichten doet,
behoort zij te doen uitsluitend in het belang van het onderwijs,
dat zij verstrekt. Vanuit dit oogpunt moeten de maatregelen
worden beschouwd. Zoo zal bijv. ten opzichte van de klee-
ding niet de volledige verzorging van het kind de taak zijn
der schoolkleeding, maar het verschaffen van die ontbre-
kende kleedingstukken, die naar medisch advies voor geregeld
schoolbezoek onontbeerlijk zijn.
De Commissie verwacht van een volledigen uitbouw van