HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 94

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB


il
iii
il
lj
jij 92

nakoming eener verordening niet als wettige reden van
in schoolverzuim mag worden beschouwd. Ernstige en her-
haalde overtredingen d‘er leerplichtwet zouden dan verder
[5; kunnen vallen ond-er de verruiming der leerplichtwet, die
wij in de volgende paragraaf bespreken.
jj- Behalv·e repressief, gelijk met het voorgaande wordt be-
§;Q oogd, kan de school ook positief zindelijkheid en daardoor
hygiëne helpen bevorderen. Reeds zijn in vele plaatsen school-
baden ontstaan. Onze Commissie meent, dat op dien weg
krachtig moet worden voortgegaan. Zij ontveinst zich niet,
gj dat het vraagstuk niet voor alle bestaande scholen gemakkelijk
op te loss-en zal zijn. De bestaande sch-oolgebouwen zullen
veelal niet geschikt zijn of geen plaats hebben voor een bad-
gelegenheid, en op het platteland zal het niet gemakkelijk
zijn voor meerdere scholen één centrale badgelegenheid t-e
stichten. Maar in ·elk geval behoort naar onze meening aan
de schoolraden of gemeentebesturen de verplichting te worden
iii opgelegd, voortaan bij nieuwbouw te zorgen, dat elke school
over een badgelegenheid voor hare leerlingen, al of niet in
het gebouw zelf, kan beschikken, en voorts de verplichting
lj; de bestaande gebouwen ook aan dien eisch aan te passen,
of althans waar dit niet mogelijk blijkt, voor een behoorlijke
Elf waschgelegenheid in de school te zorgen.
jïy Nauw met d­e schoolhygiëne verbond‘en is tenslotte ook
het vraagstuk van schoolvoeding en kleeding. Het is een
niet te weerspreken feit, dat kinderen zonder ­een behoorlijke
voeding de school bezoeken. Het behoeft geen betoog dat
E; het onderwijs aldus geen vrucht kan dragen. In het belang
P, van het onderwijs, dat de gemeenschap zoo belangrijk acht,
dat zij het als plicht .aan hare leden oplegt, behoort zij dan
ook te zorgen, dat die leerverplichting niet ontaarde in een
verplichting in ·de school aanwezig te zijn, zonder dat er
waarborgen bestaan, dat het onderwijs ook kan worden ge-
volgd. Trouwens zelfs die verplichting houdt op, wanneer
geen behoorlijke kleeding aanwezig is, gelijk het dan ook
herhaaldelijk voorkomt, dat kinderen wegens het niet hebben
5,7 van schoeisel of bovenklee-ding, de school verzuimen. Dit
EQ verzuim wordt gewettigd door de praktijk der leerplichtwet.
Bij memorie van antwoord op het voorloopig verslag deelde
de Minister mede, dat hij na ernstige overweging van het
voor en tegen, het niet raadzaam achtte armoede uitdrukkelijk
ff in de wet als geldige reden van schoolverzuim te vermelden.
Qi Niet alle ouders, zeide de Minister, die arm zijn, zijn in de
onmogelijkheid hun kind·eren naar school te laten gaan. Of
jl

iii:
ii
lid J