HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 89

JPEG (Deze pagina), 964.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

87
inrichtingen niet geleid heeft tot de bedoelde consequenties.
Er is nooit sprake geweest van de afschaffing van de betrek-
king van Directeur van een Kweekschool of een H.B.S. of
van Rector van een Gymnasium. Evenmin kan men zich bij
het Hooger Onderwijs de inrichting denken van laboratoria
of andere Instituten, waar meerdere docenten samenwerken,
zonder dat een Directeur voor zulk een Instituut wordt be-
noemd. Die regelingen hebben ook nooit tot klachten aan-
leiding gegeven, integendeel erkennen vele der genoemde
docenten gaarne de bezielende kracht die van directeuren
of rectoren vermag uit te gaan. En terwijl dan ook de wet
op het Middelbaar Onderwijs oorspronkelijk slechts een leeraar
kende, die met de administratieve bezigheden werd belast,
is in de praktijk de beteekenis van het Directeurschap van
groot gewicht geworden.
Maar, en ziehier de reden waarom de klachten bij het Lager
Onderwijs zoo talrijk zijn, in alle genoemde gevallen was dan
ook de verhouding tusschen het ambtelijk hoofd en het overige
personeel een zoodanige, die rekening hield met de gerecht-
vaardigde aanspr.aken op zelfstandigheid van het laatste.
De meerderheid onzer Commissie is dan ook niet alleen van
meening, dat z-oo spoedig mogelijk een geheele herziening
van de int·erne regeling der schoolzaken behoort tot stand te
komen, maar zij is ten volle overtuigd, dat daardoor de klach-
ten en conflicten zullen verdwijnen, en zullen plaats maken
voor samenwerking, gelijk de andere deelen van het onderwijs
die t-e aanschouwen geven.
Tot dit doel wenscht de meerderheid der Commissie aan
de schoolvergadering uitgebreide macht te geven. Die school-
vergadering zal bestaan uit alle aan de school verbonden
onderwijzers, het hoofd der school zal als haar voorzitter
fungeeren, zij zal omtrent alle interne schoolzaken, die zich
. leenen voor het stellen van algemeene regelen (de wetgevende
l macht in de school), hebben te beslissen bij meerderheid van
` stemmen. Tot zulke zaken rekenen wij allereerst de vaststelling
van het leerplan, en de leermiddelen, de verdeeling van de
" school in klassen, en de verdeeling der leerlingen over die
klassen, de regeling van schoolwandelingen, schoolreisjes en
schoolfeesten, algemeene maatregelen van orde en tucht, de
verhouding van de school tot de ouders, enz.
De schoolvergadering moet uit den aard der zaak steeds
toegankelijk zijn voor het Dagelijksch Bestuur van den School-
raad, respectievelijk B. en W. of hun plaatsvervangers, en
de betrokken leden van het Rijksschooltoezicht. De notulen