HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 88

JPEG (Deze pagina), 0.96 MB

TIFF (Deze pagina), 7.91 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

gl
l

;¤:‘
FR


86
tri;
de school was, bijg·estaan door eenige kweekelingen, die onder
zijn directe leiding stonden, heeft deze regeling ondanks de
volslagen verandering van het onderwijsstelsel nog altijd een
geheel onzelfstandige en ondergeschikte positie van den onder-
wijzer gehandhaafd. Zoo ergens dan behoort echter in het
lt onderwijs zelfstandigheid en vrije ontplooiing van de persoon-
‘ lijkheid te worden aangekweekt. Men heeft dit meer en meer
ïglj ingezien, en is steeds hooger ·eischen aan de opleiding en de
capaciteiten van den onderwijzer gaan stellen, maar in zijn
positie in de school is nog niets veranderd. Onze Commissie
betreurt dit ten zeerste. Zij acht daardoor de belangen van
het onderwijs ernstig benadeeld. Niet minder is dit het geval
door de wrijving, die op vele plaatsen is ontstaan doordat de
klasseonderwijzer, in opleiding, bevoegdheid, en leeftijd veelal
Q'. de gelijke van het hoofd, zich gedwongen voelde tot onder-
werping aan een macht, waarvan hij den rechtsgrond niet
vermocht te erkennen. Immers wettelijke voorschriften al-
leen zijn daartoe ontoereikend. Zij laat zich slechts eischen,
äf indien zij op meerderheid in kunde of karakter is gebaseerd
fx; en juist deze verschillen zijn verdwenen, door de hoogere
eischen, die men allengs overal aan den klasseonderwijzer is
gj; gaan stellen.
Acht dus de meerderheid der Commissie den bestaanden
toestand ten eenen male onhoudbaar, zij kan zich evenmin
vereenigen met de afschaffing van het ambt van hoofd der
school en zijn vervanging door den, voor den duur van één
2’ jaar aangewezen, Voorzitter d‘er schoolvergadering. Zij meent,
dat deze eisch slechts historisch verklaarbaar is als een reactie
op de zoo lang misk­ende zelfstandigheid van den klasse-
onderwijz·er. Wanneer billijke eischen al te lang worden onder-
ïj drukt, worden zij tenslotte door extreme wenschen vervangen,
ï§ die niet aan den aard der te regelen materie, maar aan de
behoefte van verz·et tegen de als dwingend gevoelde over-
macht, haar oorsprong danken. Zoo ook hier. Immers, bij I
geen enkelen anderen tak van dienst, noch in dien van den j
Staat, noch in dien van particulieren, ontbreekt de aange- .
wezen leider voor een bepaald Instituut. Overal wordt de
groote beteekenis van leiding door krachtige persoonlijkheden
erkend, en mocht men tegen deze regeling in het algemeen
lfgj aanvoeren, dat bij geen anderen arbeid zoo sterk als bij dien
van den onderwijzer het welslagen van zijn persoonlijke toe-
jlj wijding afhangt, zoo dat nergens minder plaats is voor han-
delen op gezag van anderen, dan wenscht onze Commissie
er op te wijzen, dat die stelling toch bij alle andere onderwijs-
il,
al
gl .
[.

ll