HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 87

JPEG (Deze pagina), 900.61 KB

TIFF (Deze pagina), 7.90 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

85
korting op ’t salaris natuurlijk is en de onderwijzer in zijn
vrijkomenden tijd allicht het ontbrekende kan aanvullen.
Intusschen wordt algemeen de billijkheid erkend, dat ook
wachtgeld wordt uitgekeerd van de verhooging-en, waarop
de onderwijzer aanspraak gemaakt zou hebben, ware hij in
functie gebleven.
De duur van h·et wachtgeld is thans beperkt; voor den
onderwijzer met minder dan 5 dienstjaren is deze bepaald
op het dubbele van zijn diensttijd, met 5 tot IO dienstjaren
op IO jaar, met IO tot zo dienstjaren op IS jaar; boven
de 20 dienstjaren duurt het wachtgeld tot den pensioengerech-
tigden leeftijd. Ook deze verschillen, meent de Commissie,
behooren te vervallen; het wachtgeld wenscht zij uitgekeerd
te zien voor alle onderwijzers tot ’t aanvaarden van een andere
betr·ekking of tot den pensinengerechtigden leeftijd. Het
wachtgel-d vervalt eveneens, wanneer de onderwijzer een
betrekking krijgt, waarvan de bezoldiging met het wachtgeld
gelijk staat of dit overtreft, anders wordt het wachtgeld met
; deze bezoldiging verminderd.
, In dit laatste zit een onbillijkheid. Het kan toch voor-
komen, dat een onderwijzer na zijn op wachtgeld stelling
een avondbetrekking aanvaardt, die hij zeer goed met zijn
functie van onderwijzer zou hebben kunnen vereenigen. De
. Commissie meent, dat het salaris aan een betrekking buiten
den schooltijd verbonden niet in mindering van het wachtgeld
behoort te komen.
§16. De positie van den onderwijzer.
Dat tot de punten, waaromtrent de Commissie niet tot
eenstemmigheid is gekomen, ook behoort de positie van den
onderwijzer en zijn verhouding tot h‘et hoofd der school,
zal ieder verwachten, die bekend is met Nederlandsche onder-
wijstoestanden.
Terwijl enkele leden den bestaanden toestand in hoofdzaak
ongewijzigd wenschen te laten, achten anderen afschaffing
j van het ambt van hoofd der school gewenscht. Deze leden
f hebben hun standpunt uiteengezet in een afzonderlijke nota,
L aan dit rapport gehecht; wij behoeven dus hier hunne argu-
H menten niet te vermelden.
D-e meerderheid onzer Commissie kan zich met geen dezer
uitersten vereenigen. Zij acht de tegenwoordige regeling ge-
heel onvoldoende. Historisch ontstaan uit een toestand, waar-
bij' het hoofd der school de eenige bevoegde leerkracht in