HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 86

JPEG (Deze pagina), 911.12 KB

TIFF (Deze pagina), 7.90 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
ll
is
l
84
iii
il
na 65­jarigen leeftijd nog in functie te blijven. ln het alge-
jïy meen toch kan gezegd worden, dat personen van dien leeftijd
ïf niet meer de noodige frischheid en werkkracht hebben om
met vrucht bij ’t onderwijs werkzaam te zijn. D'e Commissie
acht het dus noodig een verplichting vast te stellen om den
dienst met 65 jaar te verlaten. Uitzonderingsbepalingen, bijv.
dat een onderwijzer na bekomen verlof telkens voor een
jaar in functie zou kunnen blijven, acht zij, gezien de
ervaringen met soortgelijke regelingen ten opzichte van de
leeraren bij het Middelbaar Onderwijs opgedaan, ongewenscht.
jg De Commissie meent dus, dat de pensioenregeling zoo moet
worden ontworpen, dat het volle pensioen ingaat op 65-
jarigen leeftijd. Zij acht echter ook dezen leeftijd reeds te
igi hoog voor velen, om vruchtbaar onderwijs te geven aan
jonge kinderen. Daarom zou de Commissie een pensioenstelsel
f ingevoerd wenschen te zien, gelijk in Hongarije bij het
Middelbaar Onderwijs bestaat, zoodanig geregeld, dat de
onderwijzer van zijn 5oste jaar af desverlangd zich van het
onderwijs kan terugtrekken en dan een pensioen geniet, dat
JQ berekend wordt naar den maatstaf van het aantal dienstjaren ,
lïv, dat hij telt. ;
YQ§§ Ten opzichte van het bedrag van het volle pensioen acht
fi, de Commissie behoud van de thans geldende bepaling, n.l.
QP 2/3 van het salaris, gewenscht. Bij de berekening van het
aantal dienstjaren meent zij, dat tijdelijke aanstellingen ten
volle behooren mede te tellen.
Vi
VVij wenschen in dit verband ook de vraag der wachtgelden
te bespreken.
g De thans geldende wachtgeldregeling volgens art. 4I van
ju de wet op het L. O. bepaalt, dat het bedrag van het wacht-
geld afhankelijk is van het aantal dienstjaren. Zoo bedraagt
ii het voor den onderwijzer met minder dan 5 dienstjaren de
helft van het salaris en ’t loopt voor hen, die ro of meer
ij dienstjaren hebben, tot 800/0. Het minimum is f5oo.­-. De
gi; Commissie acht deze regeling onbillijk; er behoort naar haar
meening geen verband gelegd te worden tusschen het aan-
tal dienstjaren en het bedrag van ’t wachtgeld. Zij spreekt
ii zich dus uit voor een uniform wachtgeld van 800/0. Een van ;
de leden der Commissie wenscht den eisch te stellen van L
gg; het volle salaris, aangezien hij van meening is, dat de onder- 0
wijzer ook niet een deel van de schade behoeft te dragen,
die een gevolg is van ’t feit, dat zijn betrekking wordt
opgeheven. De meerderheid echter meent, dat een zekere
ii
te
$i
EF
l' ‘
lt 1
gj!

ill; -