HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 80

JPEG (Deze pagina), 943.53 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

`
l
5
wordt voor het voorbereidend onderwijs, wordt menigmaal
lg een zeer veel kortere opleiding voor de onderwijzeres van
het voorbereidend onderwijs gewenscht. Nu ligt in dit argu-
ment ongetwijfeld een kern van waarheid, in zooverre n.l.
dat voor onderwijzeres aan de voorbereidende school meer
dan voor eenig ander beroep zekere eigenschappen van de
jeugd, blijheid en de ware kinderlijkheid van geest, vereischten
if zijn. En wel is gelukkig het aantal gevallen niet zoo zeldzaam,
waarin deze geestelijke eigenschappen tot op hoogen leeftijd
worden bewaard, maar anderzijds moet worrden erkend, dat
velen, die ze op hun 2OSt'€ jaar bezitten, ze beginnen te ver-
liezen als ze hun 4oste jaar gaan naderen of overschrijden,
Qi al ware het slechts door het verliezen van lichamelijke eigen-
schappen, die hen geschikt maken tot spelleidster van jonge
ç kinderen. Maar al erkent onze Commissie dus ten volle dit
argument als juist, zij acht de conclusie omtrent de opleiding,
die eruit wordt getrokken, ten eenen male ongerechtvaardigd.
Vooreerst duurt ook thans gelijk in het bovenstaande wordt
;, gezegd, de opleiding meestal 5 of 6 jaar, en ook voortaan
zullen zij, die opgeleid worden, niet geheel aan de scholen
worden onttrokken, maar zij zullen daar zijn niet als helpsters
E met een meer of mindere zelfstandige taak, waarvoor zij toch
niet geschikt zijn, maar als leerlingen, onder toezicht en ver-
antwoordelijkheid van een vrouw, die de beschaving en rijpheid
bezit, noodig voor de gewichtige taak om leiding te geven
aan de opvoeding van jonge kinderen. I
Maar zelfs al zou door de voorgestelde verandering de
;’ leeftijd van hen, die voor het eerst in de school komen, eenig-e
, jaren hooger worden; welken invloed zou dit hebben op het
voorbereidend onderwijs in het algemeen? Gesteld dat die
leeftijd van 17, en jonger zal men zich niet licht de onder-
lï wijzeres kunnen denken, volgens bovenstaande plannen op
IQ jaar zou worden gebracht, dan zou dit beteekenen, dat
· men, zoo het pensioen op 55-jarigen leeftijd ingaat, instede
i, van 38 jaren, slechts 36 jaren aan het onderwijs verbonden
kan zijn. Zelfs als men er rekening mede houdt, dat een niet
onaanzienlijk deel der onderwijzeressen het onderwijs voor
j haar 55ste jaar verlaat, beteekent dit dus toch alleen dat aan
een paar procent der scholen oudere krachten in de plaats van
jongere zullen komen, en vervolgens blijkt hieruit van hoe
onvergelijkbaar veel grooter gewicht voor het jong houden
van het onderwijzend personeel gunstige pensioenvoorwaarden
zijn dan beknibbeling op de opleiding.
ja, deze laatste, hoewel schijnbaar bevorderlijk aan een
rl
il
ê|*
jl
li .i