HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 79

JPEG (Deze pagina), 894.14 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

77
de algemeene ontwikkeling der a.s. onderwijzeres noodzakelijk
is te achten.
In het 5de en 6de leerjaar zal het onderwijs omvatten:
Letterkunde, kinderstudie, in ’t bijzonder kinder-psychologie,
voortgezet onderwijs in de Fröbelmethode, geschiedenis van
het Fröbelonderwijs, invloed van Rousseau en Pestalozzi op
het onderwijs, sehoolhygiëne, uitvoerige methodiek, gezond-
heidsleer, illustratief teekenen, inrichting van de school.
Het onderwijs is gedurende de eerste 4 jaren alleen theore-
tisch, de laatste 2 jaren theoretisch en practisch. De a.s.
on-derwijz-eres wordt in het 5de of óde leerjaar in de gelegen-
heid gesteld d­e lessen in de voorbereidende school bij te wonen
en zich onder leiding in het les geven te oefenen.
Aan het einde van het 6de leerjaar is een examen gedacht,
dat afgenomen wordt door Directrice (Directeur) en Leera­
ressen en Leeraren onder rijkstoezicht, hetwelk natuurlijk
in de eerste plaats door de inspectrice en de schoolopziene-
ressen van het voorbereidend onderwijs zal worden uitge-
oefend.
Met dit examen moet een gelijkwaardig staatsexamen, af
te legg­en door haar, die niet op een kweekschool haar op-
leiding genoten, worden gelijk gesteld.
Voor het behalen van het diploma moet de a.s. onderwijzeres
blijken gegeven hebben voldoende geschiktheid te bezitten
om jonge kinderen op te voeden en te ontwikkelen. Rapporten
betreffende de practische bekwaamheid worden gedurende
de twee jaren van de practische opleiding bijgehouden en
bij het eindexamen overgelegd.
Art. 13 van het ontwerp-wet noemt twee acten:
a. bewaarschoolonderwijzeres.
b. bewaarsch-oolhoud·eres.
Evenals bij het L. O. behoort met dit systeem gebroken
te worden. Het is beter, de a.s. onderwijzeres door te laten
studeeren tot ze geheel klaar is en dan één diploma uit te
reiken. Daardoor vervalt de noodzakelijkheid, die zich thans
vaak voordoet, dat de onderwijzeres door middel van avond-
lessen, haar diploma moet behalen, terwijl ze overdag haar
. moeilijke taak in de school verricht. Dat op die wijze van een
rustige en degelijke studie geen sprake kan zijn, maar slechts
examenafrichting verkregen wordt, behoeft geen betoog.
De Commissie is zich wel bewust, dat velen bezwaren zullen
maken tegen haar eischen. Met name op grond van de ,,frisch-
heid en blijheid van jeugdige onderwijzeressen", die gevorderd