HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 72

JPEG (Deze pagina), 922.85 KB

TIFF (Deze pagina), 7.97 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

li
E
70
is typisch, dat een zoodanige vraag wel gesteld wordt voor
onderwijzers en niet voor artsen, predikanten, postambte-
jç; naren enz. Naar wij ineenen zal de beter opgeleide onder-
wijzer in zijn vrijen tijd doen, wat in elk anderen tak van
dienst door de ambtenaren geschiedt, een deel van dien
vrijen tijd zal de onderwijzer, zooals hij nu ook doet, geven
aan de school. Verder zal ongetwijfeld de invloed van den
onderwijzer buiten de school toenemen als hij beter onder-
§§ legd in de maatschappij treedt; de school zal dan veel meer
dan thans de dienares worden van allerlei strevingen, die
zich verlichting en verheldering van denkbeelden op welk
gebied ook, voorstellen. Dan zal de onderwijzer tijd hebben ;
de voorlichter te zijn in opvoedingszaken niet alleen, maar l
F hij zal ook leiding kunnen geven aan cursussen voor vak-
jg opleiding, voor de zgn. oeuvres post-scolaires, bij de samen-
stelling van volksbibliotheken, het oprichten van volksspaar-
banken enz. Hij zal dan tijd en gelegenheid en kennis
5 hebben om zijn paedagogischen invloed te do·en gelden ook §
buiten de school. 1
Vervolgens is het bezwaar geopperd, dat de onderwijze- l
§§ ressen, die toch meestal aan jonge kinderen lesgeven, zulk
een breede ontwikkeling niet noodig hebben. Wat hebben
zij aan al die vreemde talen, wiskunde, natuurkunde enz.
Voor een deel wordt dit bezwaar ondervangen omdat vol-
gens de denkbeelden in een ander deel van dit rapport ont-
jëi wikkeldade lagere school op 7 jarigen leeftijd aanvangt en
alle beginonderwijs verplaatst wordt naar de voorbereidende
fi school. Overigens mag hier gelden, dat toch ook de onder-
7 wijzeres een beschaafde vrouw moet zijn. En als de kennis
van vreemde talen, wiskunde enz. noodig wordt g·eacht voor
artsen, predikanten, juristen, veeartsen, landmeters, kantoor-
l“ bedienden, kooplieden, winkeliers, postambtenaren bij de
ä; spoorwegen enz. enz. (ieder, die in Nederland iets meer dan
fi volksonderwijs ontvangt, leert wat van vreemde talen en
wiskunde, behalve de onderwijzer,) dan is ze zeker ook noodig
{ voor den onderwijzer en de onderwijzeres.
Een derde bezwaar, vooral gehoord in de kringen van het .
zj M. U. L. O. is, dat de bevoegdheid van onderwijzer, zooals
het Bevredigingsrapport haar heeft omschreven, niet vol- L
doenden waarborg geeft, dat de kennis toereikend is om u
onderwijs te geven in de hoogste klass·en der M. U. L. O. l
scholen. Vooral geldt dit bezwaar de vreemde talen.
Daartegenover kan de vraag gesteld worden: Zou een onder-
jt wijzer, die een jaar of acht Fransch, een jaar of zes, zeven
F
I
ll ‘
l .
lig E
ll 1

iq