HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 69

JPEG (Deze pagina), 912.59 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

67
practisch examen geplaatst worden, om te onderzoeken of
de cursus met succes is gevolgd en of bij den candidaat
de gegevens aanwezig zijn, die hem kunnen maken tot een
goed onderwijzer en opvoeder. Na dit examen volgt dan
nog een jaar, waarin de candidaat uitsluitend practisch w·erk-
zaam is, hetzij als tijdelijk onderwijzer, invallend bij ziekte,
hetzij als volontair, een eenjarige stage dus. Gedurende dien
tijd heeft het school-toezicht gelegenheid met de aanstaand·e
leerkrachten kennis te maken, terwijl aan het eind van dat
jaar een uitsluitend practisch examen over de al of niet-
verleening van het radicaal van onderwijzer beslist. Komt
zulk een splitsing van het examen in een meer theoretisch
en een practisch gedeelte tot stand, dan zullen natuurlijk
beide deelen ten overstaan van Gecommitteerden dienen plaats
te hebben.
V7ie moeten nu met deze opleiding worden belast?
ls de kweekschool gevestigd in een universiteitsstad, dan
kunnen colleges in vakken als zedekunde en gezondheidsleer
aan de hoogeschool gevolgd worden; is dit niet het geval,
dan zal het laatste vak door een medicus, liefst een school-
arts, onderwezen moeten worden. Andere vakken, in ’t bijzonder
de didactiek ·en paedagogiek, dienen aan academisch ge-
vormde mannen of vrouwen te worden toevertrouwd, 1) ter-
wijl voor de vakken, die onmiddellijk verband houden met
de practijk, ·een keuze uit de beste leerkrachten der lagere
school zal moeten worden gedaan. Natuurlijk zijn hier nog
vele andere regelingen mogelijk. W`at wij echter in allen,
die belast worden met de opleiding tot onderwijzer(es), zoo-
wel in de toekomst als het heden, zouden wenschen, dat
is niet alleen een heldere kennis van de lagere school zelf en
van haar ethischen grondslag, maar ook en vooral een warm
hart, een hooggestemd optimisme, een vast geloof in des
onderwijzers roeping, zonder welke alle opvoedingswerk ver-
laagd wordt tot een zi-elloos, beteekenisloos gedoe. Bij de
opleiding moet het zwaartepunt liggen in de aankweeking
van de bij alle onderwijs zoo onmisbare persoonlijkheid.
Ook wanneer men onze voorstellen, als te ver gaande, niet
{ mocht willen accepteeren, zullen toch de plannen der Be-
vredigings­Commissie in dien zin herzien moeten worden,
i 1) Wij achten dus de bepaling van art. 79 ter der B. C. onvoldoende,
en meenen dat ook voor de bijzondere kweekscholen een nadere regeling
I der bevoegdheden in den geest van het in den tekst gezegde zal moeten
worden gegeven.
I
I
I
I