HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 68

JPEG (Deze pagina), 926.17 KB

TIFF (Deze pagina), 7.89 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

l
i
'S
66
bonden, daarbij niet voldoen kan, spreekt van zelf. Trouwens
op verschillende kweekscholen heeft men daarmede reeds
gebroken.
Met de Nutscommissie voor Onderwijs zijn wij voorts van
meening, dat de a.s. onderwijzer omtrent den ontwikkelings-
gang van den godsdienst als historisch verschijnsel in de
geschiedenis van de beschaving en omtrent den invloed van
fil den godsdienst op het gemoedsleven, behoort te zijn ingelicht.
Het behoeft geen betoog, dat wij daarmede allerminst eenige
propaganda voor deze of gene godsdienstige of kerkelijke rich-
jj ting wenschen te zien gebracht op de kweekscholen.1)7Vij wen-
schen het beginsel van het openbaar onderwijs, dat het behoort
ii · gegeven te worden met volledige eerbiediging van elke gods-
dienstige overtuiging, ten volle te zien gehandhaafd. Maar
L juist omdat wij dit wenschen,meenen wij dat de a.s. onder-
3 wijzer niet gehe‘el vreemd mag staan tegenover den godsdienst
zijner leerlingen. Vi/`ant wat er ook van rechtsche zijde moge
worden beweerd, gelukkig vertrouwt nog een zeer aanzienlijk
B, deel ook van de godsdienstige ouders in Nederland, hun
kinderen aan het openbaar onderwijs toe. Bovendien zijn
lf overal de godsdienstige minderheden aangewezen op de open-
bare school, en deze behoort het toevluchtsoord te blijven
ook voor die minderheden, wier geestverwanten, waar zij
talrijker zijn, op de openbare school plegen te smalen. (Men
denke aan anti­revolutionairen in Limburg of katholieken
in Friesland). juist met het oog ·op die bonte scha-
keering, die in zijn klasse kan voorkomen, is takt en
»` beleid bij den openbaren onderwijzer in dit opzicht in
, hooge mate noodig. De eenige weg echter om ook bij
den besten wil niet door onwetendheid aanstoot te geven,
jj is kennis van wat men heeft te eerbiedigen. Daarbij komt,
dat als men eenige algemeene ontwikkeling van den onder-
á· wijzer eischt, een boek als de Bijbel, dat als geen ander invloed
jl gehad heeft op onze beschaving, hem niet vreemd mag zijn
ii gebleven. Dat wel kennis der Grieksche en Romeinsche
mythologie en van de Germaansche sagen van hem zouden
il kunnen worden geëischt, maar de groote figuren uit den
H Bijbel hem onbekend zouden zijn gebleven, is met algemeene
jg! ontwikkeling moeilijk overeen te br-engen. {
;5·i
Aan het eind van het derde leerjaar kan een theoretisch- j
1) Het spreekt vanzelf, dat wij hier alleen handelen over openbare I
F, kweekscholen. Bijzondere kweekscholen behooren omtrent dit punt vol-
ledige vrijheid van handelen te behouden.
r
l,
[W
I
i
¥
ii I
ïl
I.