HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 61

JPEG (Deze pagina), 933.49 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

59
minstens 2o-jarigen leeftijd als leerkracht in de scholen wordt
toegelaten. En dit is niet alleen een winst in jaren ; naar het
plan der Bevredigings-Commissie zal de onderwijzer ook
’ beter onderlegd, meer algemeen ontwikkeld zijn dan de hoofd-
akte­bezitter van thans.
Immers reeds op de H. B. S. of de M. U. L. O. school
heeft hij behalve de gewone vakken van onderwijs ook onder-
richt genoten in de moderne talen, wis- en natuurkunde,
letterkunde, algemeene geschiedenis enz., welke kennis op
de Kweekschool wordt uitgebreid en vervolledigd. De wis-
kunde, die te onzaliger ure uit de opleiding voor (hoofd)-
onderwijzer is geschrapt, zal weer in eere hersteld worden,
waard-oor hoogstwaarschijnlijk een einde zal komen aan de
dwaasheid, tot welke het vak rekenen in die opleiding is
uitgegroeid. Aanstaande onderwijz·ers en zelfs hoofdonder-
wijzers, niet opgeleid op Kweekscholen of op een goede
normaalschool staan tegenover een eenvoudige algebraïsche
formule als tegenover een regel Chineesch schrift; maar ze
bewijzen u met verbluffende, met een ontstellende gewichtig-
heid, dat als je bij ’t aftrektal bijv. 3 optelt, ook het verschil
3 grooter wordt. VViskunde, zoo noodig voor een goed inzicht
in tal van begrippen uit de natuurkunde en de cosmographie,
wordt verwaarloosd ter wille van de vaardigheid, om de
kwesties op te lossen van het vat met drie kranen, de klok
met drie wijzers, de koeriers die elkander ergens ontmoet·en
of de kooplui, wier inkoop onbekend is. Heeft d·e onderwijzer
in de toekomst eenige jaren wiskunde geleerd, dan behoeft
hij niet meer bij den eersten den besten H. B. S.­er van rde
2C klasse achter te staan, zooals nu met tal van hoofdonder-
wijzers het geval is. Bovendi·en kan bij een aanvankelijke
kennis van wiskunde het onderwijs in natuur- en scheikunde
in meer wetenschappelijke richting worden geleid en behoe-
ven deze vakken zich niet te beperken tot de te elementaire
kennis, die thans op de examens voor onderwijzer en hoofd-
onderwijzer wordt gevraagd.
Verder zal ook het onderwijs in de moderne talen, een
belangrijk d·eel der opleiding vormen. Ook in dat opzicht
l zal de onderwijzer dan niet langer achterstaan bij elk ander
beschaafd Nederlander, en zal hij in staat zijn boeken en
tijdschriften, al of niet zijn vak betreffende, in ’t F ransch,
Duitsch of Engelsch te lezen. Wi‘e bekend is in onderwijzers-
kringen, vooral op het platteland, weet, hoe groote moeite
en kosten men zich vaak getroosten moet, om wat kennis
van moderne talen -- wij sprek‘en niet eens van een akte ­