HomeDe uitwerking van het nieuwe art. 192 der grondwetPagina 56

JPEG (Deze pagina), 937.27 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 110.98 MB

jl
1
a
l

54
.
zullen moeten verschillen, naar gelang van d·en aard der
school. Algemeene regelen laten zich daarvoor dan ook niet
opstellen. Wij zouden alleen willen zien bepaald, dat in
tenminste 4 der volgende vakken: Ned. Taal en Lezen, Re-
kenen, Kennis der Natuur en Gezondheidsleer, Staatsinrich-
ting en Geschiedenis, Meetkunde en Teekenen, Vreemde S
Talen, Handenarbeid (Hout- en Metaalbewerking), en
lj Lichamelijke Ontwikkeling, onderwijs behoort te worden
gegeven. VVelke van die vakken worden gekozen zal van
il den aard der school moeten afhangen, soms ook - wij
ij denk-en bijv. aan vreemde talen - van locale omstandigheden.
gg Dit onderwijs zal dan, zoo het noodig mocht blijken, aan-
gevuld kunnen worden met vakken, die voor bepaalde be-
roepen worden vereischt, terwijl aan elke vervolgschool de
gelegenheid tot het leeren, althans van één vreemde taal,
zou behooren te wor-den opengesteld voor de leerlingen, die
jg dit wenschen. Wielke die taal zal zijn zal wederom moeten
li afhangen van plaatselijke omstandigheden.
Natuurlijk zal deze splitsing in beroepen ten plattelande
en voor ·de kleinste steden niet mogelijk zijn, maar zij is daar
gj ook niet noodig. Immers daar is één beroep, dat alle andere
beheerscht, de landbouw. Ook zij, die het niet `direct beoefe-
nen, staan ·er änaatschappelijk inhet allernauwst verband mede,
jl en hebben er belangstelling voor. Vooral op het platteland zal
r dus de landbouw in het middelpunt van het vervolgonderwijs
r moeten staan, en de problemen, die hij stelt, zullen er leiding
i en éénheid aan moeten geven. ; ·
g Een gelijksoortige ·opmerking geldt een nog grootere groep
E van leerlingen van het vervolgonderwijs, n.l. de geheele vrou-
· welijke helft. Voor alle meisjes toch, ook voor degenen onder
haar, die een ander vak hebben gekozen, heeft één beroep
l en de opleiding daartoe, centrale beteekenis, dat der huis-
j vrouw en moeder. Daarom behoort aan alle meisjesvervolg-
j‘ scholen en klassen, ook aan die, welke voor b·epaalde vakken
(naaister, winkel- of kantoorbediende) zijn bestemd, het onder-
wijs in kinder-, huishouding- en k·eukenverzorging, een be-
langrijke rol te spelen. Daarme-de is reeds gezegd, dat de
commissie voor het vervolgonderwijs niet het stelsel van de
ll gemengde scholen wenscht te handhaven. Hoe men ook
mag denken over het stelsel van coinstructie - die vooral
jg niet met coëducatie mag worden verward - het groote belang
van een behoorlijke opleiding der a.s. mo·eders en huisvrouwen,
behoort hier den doorslag te geven, al wenscht de Commissie
Ii .
lil; i